Ga naar hoofdinhoud

Tweede consultatie Zelfstandigenwet: arbeidsongeschiktheidsvoorziening niet langer harde eis

Adfiz-Nieuws_Default.png

Sinds 1 oktober is de Zelfstandigenwet voor de tweede maal ter consultatie voorgelegd. De opvallendste wijziging ten opzichte van het initiatiefwetsvoorstel van 2025 is dat een voorziening tegen arbeidsongeschiktheid niet langer verplicht is. Wie aan de zelfstandigentoets wil voldoen, moet een minimumbedrag besteden aan voorzieningen naar eigen keuze. Voor de periode tot de invoering van de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) wil het kabinet aansluiten bij de opt-out-eisen uit dat wetsvoorstel.

De wet moet een einde maken aan de jarenlange discussie over de vraag wanneer iemand als zelfstandige werkt en wanneer als werknemer. Die vraag is urgent geworden sinds de Belastingdienst per 2025 weer handhaaft op schijnzelfstandigheid. De huidige wet en de rechtspraak bieden ruimte om als zelfstandige te werken. Volgens het kabinet blijft er in de praktijk toch te veel onzekerheid. De Zelfstandigenwet moet vooraf duidelijk maken wanneer iemand in ieder geval als zelfstandige kan werken.

Twee toetsen

Wij schreven in mei 2025 over de eerste consultatie. Het kabinet bouwt voort op dat initiatiefvoorstel vanuit de Tweede Kamer. Wie aan twee toetsen voldoet, werkt volgens het voorstel in ieder geval niet onder gezag en dus niet op basis van een arbeidsovereenkomst:

  • De eerste toets, de zelfstandigentoets, gaat over de werkende als ondernemer en kent drie criteria. Een van die criteria is dat de ondernemer een minimumbedrag moet besteden aan voorzieningen tegen ondernemersrisico's.

  • De tweede toets, de werkrelatietoets, gaat over de opdracht zelf en bestaat uit vier criteria, waaronder de wens van beide partijen om geen arbeidsovereenkomst af te sluiten.

Bij wie aan alle zeven criteria voldoet, staat vast dat er geen arbeidsovereenkomst is. Wie niet voldoet, is daarmee niet automatisch werknemer. Dan geldt de bestaande beoordeling van de arbeidsrelatie.

Eén budget in plaats van AOV én pensioen

Vorig jaar moest een zelfstandige zowel een arbeidsongeschiktheidsvoorziening als een pensioenvoorziening hebben. In het nieuwe wetsvoorstel wordt uitgegaan van één bedrag dat (jaarlijks) over verschillende voorzieningen mag worden verdeeld. De memorie van toelichting noemt onder meer een verzekering voor langdurige arbeidsongeschiktheid, een voorziening voor de eerste 104 weken ziekte zoals een schenkkring of de vrijwillige ziektewetverzekering, maar ook een pensioen in de tweede of derde pijler. Ook worden er vier bedrijfsverzekeringen genoemd die mee gaan tellen in het bedrag. De hoogte van het bedrag is nog open. Het kabinet wil één uniform bedrag, geïndexeerd zoals het minimumloon.

Aansluiting bij de BAZ

Het kabinet ziet de BAZ als de invulling van het onderdeel arbeidsongeschiktheid. De Zelfstandigenwet moet op 1 januari 2028 ingaan, de BAZ naar verwachting niet vóór 2030. Voor die tussenperiode wil het kabinet in lagere regelgeving aansluiten bij het opt-out-kader van de BAZ. Een verzekering telt dan mee als zij periodiek uitkeert zodra iemand niet meer het minimumloon kan verdienen, en uiterlijk na 104 weken.

Reageren op de consultatie

Reageren kan tot en met 29 oktober via internetconsultatie.nl, waar ook alle documenten staan. De minister vraagt input over onder meer de hoogte van het minimumbedrag en voorzieningen die in de opsomming ontbreken.

  • Marc van Westerlaak
    Marc 2023

    Marc van Westerlaak

    Adviseur Public Affairs en Beleid