Ga naar hoofdinhoud

Regeringscommissaris transitie pensioenen (Rctp) ziet geen aanleiding om de uiterste transitiedatum te verschuiven

Adfiz-Nieuws_Default.png

In het vijfde reguliere advies heeft de Rctp recent een beeld geschetst van de stand van zaken van het transitieproces. Volgens de Rctp zijn er nog veel omzettingen te doen. Zo was was bij verzekeraars 26% van de verzekerde regelingen omgezet en bij PPI’s 45% (peildatum 1-1-2026).

2026 is een cruciaal jaar. Om de druk op het laatste transitie jaar 2027 te beperken, is het belangrijk dat in 2026 een zo groot mogelijk deel van de omzettingen wordt gerealiseerd. Werkgevers met een contract zonder einddatum of een einddatum die valt buiten de transitieperiode blijken het lastigste te activeren omdat er geen natuurlijk overstapmoment is binnen de transitieperiode. Werkgevers die inmiddels geen adviseur meer hebben, zijn eveneens moeilijker te activeren.

In haar rapportage wijst de Rctp op gecoördineerde acties gericht op werkgevers. Als voorbeeld wordt verwezen naar de (aangescherpte) urgentiebrief die wij samen met VNO-NCW en MKB-Nederland hebben opgesteld om werkgevers aan te sporen om in actie te komen.

Ook wijst de Rctp erop dat de druk op adviseurs vanwege de vele adviestrajecten de komende tijd groot is en wellicht nog zal toenemen. In dit kader wijst de Rctp erop dat maatwerk in minder complexe pensioendossiers de werkdruk mogelijk kan verlichten. Te denken valt aan een situatie waarbij een werkgever kiest voor eerbiedigende werking en de huidige regeling maar één of twee deelnemers heeft. Hierbij verwijst de Rctp naar de Handreiking Pensioendienstverlening op maat die wij in 2023 hebben opgesteld. Deze Handreiking is destijds opgesteld voor kleine werkgevers zonder pensioenregeling, maar zou volgens de Rctp ter inspiratie kunnen dienen in de transitie.  

De Rctp wijst eveneens op de situatie dat de verzekeraar in de loop van 2027 de uitvoeringsovereenkomst per 1-1-2028 naar verwachting zal beëindigen. Op dat moment stopt de pensioenopbouw en vervalt ook de dekking voor het nabestaandenpensioen. Gewezen wordt eveneens op de forse fiscale consequenties voor de werknemer. Aansprakelijkheidsstelling van de werkgever door de werknemer ligt dan voor de hand. In ultieme situaties kan dit leiden tot insolventie van het bedrijf.

Het beeld is dat er met volle kracht wordt doorgewerkt om de uiterste transitiedatum te halen. Planningen passen nog steeds in de resterende tijd, maar sommige partijen zitten volgens de Rctp wel op het kritieke pad. Het advies van de Rctp aan de Minister van SZW is oplossingsrichtingen te verkennen zodat vergaande fiscale consequenties worden voorkomen. Eveneens wordt het doorgaans wenselijk geacht dat in een continue nabestaandendekking wordt voorzien.

De Rctp concludeert op basis van o.a. de monitoringsinformatie en gevoerde gesprekken dat er geen aanleiding is de uiterste transitiedatum te verschuiven. In de volgende reguliere rapportage zal opnieuw een uitspraak worden gedaan over de haalbaarheid van de uiterste transitiedatum.

Gelijktijdig met de rapportage van de Rctp informeerde de minister de Tweede Kamer over de voortgang in de pensioentransitie.