Kabinet erkent: 30-jaarstermijn hypotheekrenteaftrek is onuitvoerbaar
Staatssecretaris Eerenberg van Financiën heeft vorige week een ambtelijk rapport over de 30-jaarstermijn hypotheekrenteaftrek naar de Tweede Kamer gestuurd. De conclusie is helder: de regeling is voor burgers ondoenlijk complex, de Belastingdienst beschikt niet over voldoende gegevens om te handhaven, en financieel adviseurs lopen tegen de grenzen aan omdat dossiers onvolledig zijn. Als er geen besluitvorming plaatsvindt, worden vanaf 2031 serieuze problemen voorzien, met gemiste belastingopbrengsten die kunnen oplopen tot boven de 100 miljoen euro per jaar.
De 30-jaarstermijn, ingevoerd in 2001, bepaalt dat hypotheekrente (HRA) maximaal 30 jaar aftrekbaar is in box 1. Na die periode vervalt het recht op HRA en gaat de lening over naar box 3. De problematiek spitst zich toe op hypotheken afgesloten vóór 2013, de zogenoemde bestaande eigenwoningschulden (BEWS), grotendeels aflossingsvrije hypotheken. Voor de eerste grote groep loopt de termijn af per 1 januari 2031. Het rapport, opgesteld door de ministeries van Financiën en BZK samen met DNB, schetst een situatie waarin de regeling in de praktijk niet te handhaven is.
Burgers weten vaak niet hoeveel jaar van hun 30-jaarsperiode al verstreken is, zeker na life events zoals scheiding, verhuizing of oversluiten. De bewijslast ligt bij de belastingplichtige, maar de benodigde historische informatie is er vaak niet meer. De Belastingdienst beschikt evenmin over voldoende historische gegevens om de 30-jaarstermijn goed te handhaven. Contra-informatie ontbreekt grotendeels.
Voor financieel adviseurs en kredietverstrekkers is de situatie lastig. Het rapport erkent dit expliciet: “(…) kredietverstrekkers en financieel adviseurs lopen tegen de grenzen van het systeem aan door het ontbreken van een uniform en compleet hypotheekoverzicht. Dossiers zijn vaak niet volledig, zeker als de klant van aanbieder is gewisseld. Dit belemmert passend advies en het juist kunnen beoordelen van het recht op HRA.”
In het rapport worden drie hoofdoplossingsrichtingen uitgewerkt, variërend van het volledig afschaffen van HRA voor BEWS per 2031 zonder overgangsregeling (budgettaire opbrengst circa 3,4 miljard euro) tot het uitstellen van afschaffing naar 2043 (budgettaire derving circa 860 miljoen euro in 2031, oplopend tot circa 1,8 miljard euro in 2042). Ook zijn er varianten uitgewerkt met overgangsregelingen waarbij behoud van HRA mogelijk blijft, voor een beperkte periode of voor de volledige looptijd van 30 jaar.
Wij volgen de ontwikkelingen nauwlettend. De uitkomst van de kabinetsreactie zal bepalend zijn voor hoe adviseurs hun klanten met BEWS moeten begeleiden richting 2031. Alle maatregelen zijn volgens het rapport uitvoerbaar per belastingjaar 2030, mits tijdige aanpassing van systemen. Een uitvoeringstoets is nodig voor de definitieve datum van inwerkingtreding. Het kabinet heeft nog geen concrete termijn gegeven voor een inhoudelijke reactie.
Het volledige rapport is hier te downloaden.
-
Marc van Westerlaak
m.van.westerlaak@adfiz.nl033 – 46 43 464Aandachtsgebieden:
Particulier Overleg, Zorg en Inkomen, Financiële Planning, Duurzame Ontwikkeling, Werkgroep BAZ, AI, CSRD
Marc van Westerlaak
Adviseur Public Affairs en Beleid