Hoge Raad: geen aanspraken voor niet-bezwaarmakers box 3
De Hoge Raad heeft op 25 juni 2026 een definitieve streep gezet door de aanspraken van belastingplichtigen die destijds geen bezwaar hebben gemaakt tegen hun box 3-aanslag over de jaren 2017 tot en met 2020. Een belastingaanslag waarbij over deze jaren te veel inkomstenbelasting in box 3 is geheven, hoeft niet te worden verminderd als die aanslag definitief is komen vast te staan vóór het zogenoemde Kerstarrest.
De achtergrond is bekend: In het Kerstarrest van 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het op forfaitaire rendementen gebaseerde box 3-stelsel uit 2017 in strijd was met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht in het EVRM in situaties waarin het forfaitaire rendement hoger uitkwam dan het werkelijke. Wie tijdig bezwaar had gemaakt, had recht op herberekening. Wie dat niet had gedaan, greep ernaast, zo besliste de Hoge Raad al in 2022.
In de twee proefprocedures die op 25 juni door de Hoge Raad zijn afgehandeld, probeerden niet-bezwaarmakers dat oordeel via twee nieuwe argumenten te doorbreken: gelijke behandeling met bezwaarmakers, en schending van het evenredigheidsbeginsel. De Hoge Raad volgt geen van beide. Wie geen bezwaar heeft ingediend verkeert niet in dezelfde positie als wie dat wel deed.
De politieke discussie over de toekomst van box 3 is inmiddels in een kritieke fase beland: de Eerste Kamer debatteert op 30 juni over de Wet werkelijk rendement box 3, maar stemt hoogstwaarschijnlijk pas in het najaar. De Wet werkelijk rendement box 3 werd op 12 februari 2026 door de Tweede Kamer aangenomen, maar de politieke verhoudingen zijn sindsdien verschoven. Het voorstel gaat ondermeer uit van een vermogensaanwasbelasting waarbij jaarlijks belasting betaald wordt over de papieren winst.
In de Eerste Kamer lijkt het wetsvoorstel momenteel niet voldoende steun te krijgen. Opmerkelijk is de positieverandering van het CDA: in de Tweede Kamer nog vóór, nu in de Eerste Kamer waarschijnlijk tegenstander. Het struikelblok: de aanwasbelasting op papieren winst, die brede weerstand oproept.
Hoewel de Eerste Kamer binnenkort dus over het wetsvoorstel debatteert, zal de stemming hoogstwaarschijnlijk pas in het najaar volgen. Staatssecretaris Eerenberg heeft de senaat op het laatste moment gevraagd niet te stemmen voordat het kabinet met een novelle komt, te verwachten op Prinsjesdag. Die novelle moet verzachtingen bevatten waaronder een mogelijkheid tot achterwaartse verliesverrekening, om alsnog voldoende draagvlak te creëren.
Tegelijkertijd heeft het ministerie van Financiën een scenario uitgewerkt waarom een meerderheid van beide Kamers vraagt: een systeem met volledige vermogenswinstbelasting, waarbij pas belasting wordt betaald bij daadwerkelijke verkoop. De ambtenaren ramen dat dit tot 2036 circa € 22 miljard aan belastinginkomsten kost ten opzichte van het huidige wetsvoorstel en dat dit niet later wordt ingelopen. € 10 miljard tekortkomt door minder belastinginkomsten omdat de tegenbewijsregeling langer van kracht blijft. Verder wordt berekend dat bij introductie van een volledige vermogenswinstbelasting de eerste jaren na invoering €12 miljard minder belasting binnenkomt op sparen en beleggen.
Tijdens onze ALV verzorgde politiek journalist Wouter de Winther een inspiratiesessie over de politieke realiteit in Den Haag. Box 3 en de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer kwamen hierbij ook aan de orde.
-
Marc van Westerlaak
m.van.westerlaak@adfiz.nl033 – 46 43 464Aandachtsgebieden:
Particulier Overleg, Zorg en Inkomen, Financiële Planning, Duurzame Ontwikkeling, Werkgroep BAZ, AI, CSRD
Marc van Westerlaak
Adviseur Public Affairs en Beleid