AFM: PEP-benadering vraagt om meer risicogebaseerde aanpak en minder generieke classificatie
De Autoriteit Financiële Markten heeft onderzoek gedaan naar de wijze waarop financiële ondernemingen omgaan met politiek prominente personen (PEP's) in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. De conclusie: er is nog werk aan de winkel. Ondernemingen hanteren te vaak een generieke benadering, terwijl risicogebaseerde aanpak wordt aanbevolen.
Het onderzoek richtte zich op beleggingsinstellingen, beleggingsondernemingen en financieel dienstverleners die bemiddelen in levensverzekeringen. De bevindingen zijn inmiddels individueel gedeeld met de betrokken partijen, maar de AFM heeft nu ook de overkoepelende conclusies gepubliceerd. Aanleiding vormden enkele kritische opmerkingen uit de evaluatie van de Financial Action Task Force (FATF) uit 2022.
Vijf verbeterpunten
De toezichthouder benoemt vijf concrete aandachtspunten die de sector moet oppakken:
Risicogebaseerde aanpak: niet elke PEP vormt een hoog risico en hoeft daarom niet op dezelfde wijze te worden onderzocht. Toch blijkt uit het onderzoek dat ondernemingen PEP's vaak standaard als hoog risico classificeren, zonder te kijken naar de specifieke risicofactoren van de individuele cliënt. De AFM benadrukt dat elk geval afzonderlijk moet worden beoordeeld op basis van relevante risicofactoren. In sommige gevallen werd nationaliteit als zelfstandig criterium in de risicobeoordeling gebruikt. Dit kan leiden tot ongerechtvaardigd onderscheid en discriminatie. Nationaliteit mag niet als losstaand risicocriterium worden gebruikt.
Eenduidige en heldere definities: een gedeeld begrip van wat een PEP is – inclusief familieleden en naaste zakelijke relaties – blijkt binnen ondernemingen niet altijd eenduidig te worden toegepast. Soms worden onjuiste of verouderde screeningslijsten gebruikt, wat kan leiden tot een verkeerde risicobeoordeling. Ook wijkt de uitvoering in de praktijk regelmatig af van het vastgestelde beleid.
Uitbesteding en tooling: externe partijen en hulpmiddelen kunnen efficiënt zijn bij het identificeren van PEP's, maar kunnen ook tot fouten leiden. Wijzigingen in de PEP-status tijdens de klantrelatie – bijvoorbeeld na verkiezingen – worden niet altijd tijdig gesignaleerd. De financieel dienstverlener blijft eindverantwoordelijk, dus het is belangrijk om zelf na te gaan of de gebruikte tooling de juiste PEP-check uitvoert.
Opleidingen: medewerkers die cliëntenonderzoek uitvoeren, moeten voldoende kennis hebben van PEP-regels. De AFM constateert dat ondernemingen soms vertrouwen op algemene diploma's, zoals het Wft-adviesdiploma. Dat is niet altijd toereikend. Opleidingen moeten passend zijn bij de functies binnen de organisatie en aansluiten op de praktijk.
Vastlegging: Er moet altijd op voldoende herleidbare wijze worden vastgelegd hoe onderzoek plaatsvindt. Belangrijk is dat kan worden nagegaan welke checks er zijn uitgevoerd en welke maatregelen er eventueel zijn genomen.
Adfiz-namenlijst ondersteunt bij identificatie
Wij krijgen regelmatig signalen dat adviseurs ertegenaan lopen dat de wettelijke PEP-lijst alleen functies bevat en geen concrete namen. Dat maakt het lastig om snel te bepalen of een cliënt daadwerkelijk een PEP is. Wij stellen daarom periodiek een PEP-namenlijst samen met daadwerkelijke namen van personen die een prominente politieke functie bekleden of hebben bekleed. Deze lijst helpt adviseurs om PEP's beter en sneller te identificeren tijdens het cliëntenonderzoek.
De lijst is beschikbaar voor alle financieel adviseurs, maar wordt gratis aangeboden aan leden van Adfiz. Als je de lijst wilt ontvangen, kun je een mail sturen naar info@adfiz.nl. Meer informatie over de lijst vind je hier.
Het bericht van de AFM inclusief het rapport is hier te vinden.
-
Marc van Westerlaak
m.van.westerlaak@adfiz.nl033 – 46 43 464Aandachtsgebieden:
Particulier Overleg, Zorg en Inkomen, Financiële Planning, Duurzame Ontwikkeling, Werkgroep BAZ, AI, CSRD
Marc van Westerlaak
Adviseur Public Affairs en Beleid