Ga naar hoofdinhoud

Hoge Raad: Onderlinge verdeling tussen partners kan nog worden aangepast na massaalbezwaaruitspraak

Adfiz-Nieuws_Default.png

Fiscale partners krijgen alsnog de mogelijkheid om de onderlinge verdeling van de box 3-heffingsgrondslag te wijzigen na een collectieve uitspraak in de massaalbezwaarprocedure. Dat heeft de Hoge Raad op 27 maart bepaald in een prejudiciële beslissing (ECLI:NL:HR:2026:495). Partners hebben daarvoor zes weken de tijd, gerekend vanaf het moment dat de inspecteur de individuele verminderingsbeschikking heeft afgegeven. De uitspraak biedt duidelijkheid in een situatie die door een wetswijziging in 2016 onbedoeld was dichtgetimmerd.

Een prejudiciële vraag is een juridisch instrument waarmee een rechter tijdens een lopende zaak de Hoge Raad om uitleg vraagt over de interpretatie van een wet. In dit geval stelde de Rechtbank Den Haag een vraag over de mogelijkheid voor fiscale partners om na een collectieve massaalbezwaaruitspraak de onderlinge verdeling van hun box 3-vermogen nog aan te passen.

Massaalbezwaar: van individueel naar collectief

De massaalbezwaarprocedure bestaat sinds 1 april 2003 en is bedoeld voor situaties waarin duizenden belastingplichtigen bezwaar maken over dezelfde rechtsvraag. Sinds 2016 is het systeem gewijzigd. Waar belastingplichtigen voorheen na een collectieve uitspraak nog een individuele behandeling konden krijgen, is die mogelijkheid toen geschrapt. De inspecteur beslist nu via één collectieve uitspraak op bezwaar, zodra de relevante rechtsvraag onherroepelijk door de rechter is beantwoord. Tegen die collectieve uitspraak én tegen de daaropvolgende beschikking kan geen rechtsmiddel meer worden aangewend. De aanslag wordt daarmee definitief.

Die efficiëntieslag heeft een onbedoeld neveneffect. Bij een letterlijke lezing van de wet zouden fiscale partners na een collectieve massaalbezwaaruitspraak geen mogelijkheid meer hebben om de onderlinge verdeling - in dit geval van de box 3-grondslag - te wijzigen. Normaal gesproken kunnen partners die verdeling aanpassen totdat de aanslag onherroepelijk is. Maar doordat de aanslag na een massaalbezwaarprocedure direct onherroepelijk wordt zonder individuele behandeling, leek die ruimte te verdwijnen.

Redelijke wetstoepassing door de Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat de wetgever bij de wetswijziging van 2016 kennelijk geen rekening heeft gehouden met dit gevolg. De rechter past de wet daarom redelijk toe. Fiscale partners krijgen alsnog zes weken de tijd om de verdeling te wijzigen, gerekend vanaf de individuele verminderingsbeschikking die de inspecteur afgeeft. Pas op dat moment hebben partners voldoende duidelijkheid over de cijfermatige gevolgen van de collectieve uitspraak om een weloverwogen keuze te maken over de onderlinge verdeling.

  • Ludger de Bruijn
    Ludger 2023

    Ludger de Bruijn

    Senior Adviseur Public Affairs en Beleid

30 mrt 2026