Verslag van de expertsessie Pensioen tijdens de Platformbijeenkomst
De pensioencommissie is vanaf de aankondiging van de hervorming van het stelsel (in 2017 in het Regeerakkoord) nauw betrokken geweest bij de lobby om aandacht te vragen voor de gevolgen van een leeftijdsonafhankelijke premie voor verzekerde regelingen. Zo publiceerden we een position paper en hebben we een doorrekening gemaakt van het effect van de verplichte invoering van een leeftijdsonafhankelijke pensioenpremie bij verzekerde regelingen.
In de expertsessie Pensioen praatten Ronald Hut en Bettie Hoogsteen namens de pensioencommissie de deelnemers bij over de actualiteit van het Pensioenakkoord. Zij spraken voornamelijk over de uitweg die in het akkoord gevonden is voor de problematiek van de verzekerde regelingen (en regelingen ondergebracht bij een PPI of APF). Sociale partners zijn overeengekomen dat de overgang naar een nieuwe regeling met een leeftijdsonafhankelijke premie evenwichtig moet zijn. Ook hebben partijen afgesproken dat de overgang naar een nieuwe pensioenregeling kostenneutraal moet plaatsvinden.
In de nieuwe situatie met leeftijdsonafhankelijke premies gaat de pensioenopbouw dalen naarmate een werknemer ouder wordt, terwijl de pensioenpremie gelijk blijft. Het ziet er naar uit dat de maximale premiegrens 33% bedraagt, met nog een opslag voor kosten. Dit percentage ligt nog niet geheel vast en kan in de toekomst nog periodiek wijzigen. In zijn presentatie schetste Ronald Hut het probleem dat ontstaat voor verzekerde regelingen (met doorgaans een met de leeftijd oplopende actuariële staffel) als deze over moeten naar een leeftijdsonafhankelijke premie. Voor de jongere werknemer zal dit een vooruitgang betekenen in hoogte van de premie; voor de oudere werknemer betekent dit een achteruitgang. Oudere werknemers zullen hiervoor moeten worden gecompenseerd.
Echter, bij verzekerde regelingen zijn er geen pensioenbronnen (bijv. buffers van een fonds) om deze compensatie te financieren. Kabinet en sociale partners hebben daarom gekozen voor een overgangsregeling waardoor het mogelijk is dat de huidige actuariële staffel behouden blijft voor de bestaande deelnemers. Voor nieuwe deelnemers moet de werkgever een pensioen toezeggen op basis van een leeftijdsonafhankelijke premie. Wetgeving moet duidelijk maken vanaf welk moment er sprake is van een nieuwe deelnemer: per 1-1-2026 of eerder?
De gekozen oplossing van de overgangsregeling is de meest werkbare oplossing. Het geeft tijd en rust om pensioencontracten in de toekomst in eigen tempo van de werkgever aan te passen, waarbij voldoende tijd is voor de advisering door de pensioenadviseur.
Hieronder kun je de volledige sessie nog een keer bekijken:
Benieuwd hoe de bijeenkomst er verder uit zag? Hieronder een kleine sfeerimpressie: