Onze reactie op Wetsvoorstel toekomst pensioenen: deel 3, risicodelingsreserve

Onze reactie op Wetsvoorstel toekomst pensioenen: deel 3, risicodelingsreserve

Onlangs hebben wij onze reactie op het Wetsvoorstel toekomst pensioenen gezonden aan de Vaste commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op meerdere punten hebben wij ons commentaar gegeven zodat Kamerleden dit kunnen betrekken bij de parlementaire behandeling die naar verwachting nog voor de zomer plaatsvindt. In dit bericht gaan we in op de risicodelingsreserve. 

Het wetsvoorstel regelt dat bij een flexibele premieregeling optioneel een reserve kan worden gevormd; de zogenaamde risicodelingsreserve. Deze reserve wordt gevuld vanuit opslagen op de premie (maximaal 10% van de jaarpremie per deelnemer). Een deelnemer die bij wisseling van baan of op de pensioendatum het opgebouwde kapitaal overdraagt naar een andere pensioenuitvoerder heeft geen recht op overdracht van een evenredig deel van de risicodelingsreserve. 

Wij bepleiten dat wettelijk wordt geregeld dat bij overdracht van pensioenkapitaal de deelnemer recht krijgt op een evenredig deel van de reserve. Redenen die wij hiervoor hebben zijn: 

  1. De deelnemer heeft via een opslag op de premie persoonlijk bijgedragen aan de reserve; 
  2. Het past niet bij een nieuw pensioenstelsel dat inzet op individuele pensioenvermogens dat een kapitaal dat feitelijk gereserveerd is voor een individuele deelnemer achterblijft bij een pensioenuitvoerder; 
  3. Het niet kunnen meekrijgen van een evenredig deel van de reserve leidt tot een gedwongen winkelnering op de pensioendatum. Een deelnemer die het pensioen laat ingaan bij de bestaande pensioenuitvoerder behoudt wel het recht op een evenredig deel. Dit in tegenstelling tot een deelnemer die het pensioen laat ingaan bij een andere uitvoerder. 

Eerdere berichten over onze reactie op het wetsvoorstel: