Ga naar hoofdinhoud

Overgangsrecht

4. Overgangsrecht

Uiterlijk op 1-1-2028 moet de pensioenopbouw plaatsvinden volgens de nieuwe fiscale regels. De periode van 1-7-2023 tot 1-1-2028 is een overgangsperiode waarin het pensioen nog opgebouwd mag worden volgens het oude fiscale kader mits de regeling op 30-6-2023 bestond. Na 1-7-2023 moet elke nieuw in te voeren pensioenregeling voldoen aan de nieuwe (fiscale) eis van een premieovereenkomst met een vlakke staffel.

Voor een op 30-6-2023 bestaande beschikbare premie- en uitkeringsovereenkomst met een progressieve premiestaffel (bij een verzekeraar) kan een werkgever op grond van het overgangsrecht ervoor kiezen ook na 1-1-2028 de progressieve premie te eerbiedigen. Dit is toegestaan voor het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen op of na de pensioendatum.  

Gebruikmaking van het overgangsrecht is een nadrukkelijk keuze, die uitsluitend gemaakt kan worden voor:

  • een premieovereenkomst met een progressieve premie die bestond op 30-6-2023 (type pensioenuitvoerder doet niet terzake);
  • een uitkeringsovereenkomst met een progressieve premie (pensioenuitvoerder is een verzekeraar) die bestond op 30-6-2023 en die uiterlijk vóór 1-1-2028 is omgezet in een premieovereenkomst met een progressieve premie.

Bestaande deelnemers
Eerbiedigende werking geldt uitsluitend voor deelnemers die al deelnemen aan de pensioenregeling met een progressieve premie vóórdat een regeling met een vlakke premie wordt geïntroduceerd (uiterlijk voor 1-1-2028). Het recht op eerbiedigende werking geldt voor deze deelnemers totdat de laatste deelnemer uit deze – gesloten – regeling uit dienst treedt of met pensioen gaat.

Nieuwe deelnemers
Uiterlijk 1-1-2028 moet de pensioenopbouw voor elke nieuwe deelnemer plaatsvinden op basis van een vlakke premie. Echter, als binnen het bedrijf al vóór 1-1-2028 een pensioenregeling met een vlakke premie is ingevoerd geldt de verplichting tot een vlakke premie voor nieuwe deelnemers vanaf dat moment.

Fiscaal begrensd
De progressieve premiestaffel van de gesloten regeling dient wel te voldoen aan de nieuwe fiscale begrenzing van de premiestaffel die in de wet is opgenomen. Hierbij geldt dat de premie-inleg moet passen binnen de nieuwe maxima van de staffel die geënt is op de rente en uitgangspunten van de nieuwe fiscale vlakke premiestaffel. Aanpassing van de vlakke staffel kan leiden tot aanpassing van de premiegrens voor een pensioenregeling met een progressieve premie.

Voorbeeld

Een werkgever introduceert per 1-1-2026 een nieuwe pensioenregeling met een vlakke premie voor nieuwe deelnemers. Voor deelnemers die op 31-12-2025 al deelnamen aan de pensioenregeling mag de progressieve premie worden gehandhaafd (eerbiedigende werking bestaande regeling). Nieuwe deelnemers zijn verplicht per 1 januari 2026 pensioen op te bouwen op basis van een vlakke staffel (opname in nieuwe regeling).

Als een werkgever gebruik maakt van het overgangsrecht (uiterlijk per 1-1-2028) betekent dit dat er twee verschillende pensioenregelingen zijn:

  • een (gesloten) regeling met een progressieve premie voor werknemers die voorafgaand aan de invoering van een nieuwe regeling met een vlakke premie al deelnamen aan een op 30-6-2023 bestaande pensioenregeling;
  • een nieuwe (open) pensioenregeling met een vlakke premie voor werknemers die na invoering van deze regeling in dienst treden.

Daarnaast moet de werkgever uiterlijk per 1-1-2028 het nabestaandenpensioen hebben aangepast aan de nieuwe fiscale regels (zie ook hoofdstuk 3 Nabestaandenpensioen).

[!] In de periode van eerbiedigende werking kunnen sociale partners er alsnog voor kiezen om de overstap te maken naar een regeling met een vlakke premie. Ook bij een latere overstap moet een werkgever de transitie-effecten voor bestaande deelnemers in kaart brengen.

Beleidsadviseur

  • Bettie Hoogsteen
    Bettie 2023

    Bettie Hoogsteen

    Senior adviseur public affairs en beleid

  • Terug naar Hoofdpagina Pensioenen
    Terug naar Introductiepagina naslagwerk Pensioenportaal
    Verder naar 5. Transitietraject