Ga naar hoofdinhoud

Ouderdomspensioen

2. Ouderdomspensioen

De fiscale behandeling van de pensioenopbouw binnen de tweede en derde pensioenpijler wordt zoveel mogelijk uniform gemaakt. Voor beide pijlers wordt de premie fiscaal gemaximeerd. Als gevolg van de verdergaande harmonisering van de beide pijlers, komen er meer gelijke mogelijkheden voor het opbouwen van pensioen voor werknemers en zelfstandigen. Dit leidt tot een meer arbeidsvormneutraal pensioenkader.  

Het fiscale kader begrenst niet langer de opbouw van pensioenaanspraken zoals nu het geval is, maar de inleg van de pensioenpremies. De premie wordt vanaf 1-7-2023 fiscaal begrenst op maximaal 30% van de pensioengrondslag. Deze begrenzing geldt voor het ouderdomspensioen en het partnerpensioen bij overlijden op of na de pensioendatum binnen een premieovereenkomst.  

De maximale premiegrens van 30% is afgeleid van de pensioenambitie om een adequaat pensioen op te bouwen van 75% van het gemiddelde salaris in 40 jaar of 80% in 42 jaar. De fiscale premiebegrenzing in het nieuwe stelsel biedt ruimte voor een totale premiesom die even hoog is als de premiesom die nu fiscaal wordt gefaciliteerd. Fiscaal gezien is hetzelfde pensioen te bereiken als nu in het huidige stelsel mogelijk is.  

De premiegrens van 30% is vastgesteld op basis van parameters als levensverwachting, franchise en een verwacht reëel rendement van 1,5 %. De maximale premie van 30% is exclusief kosten en risico-opslagen, maar inclusief de kosten voor vermogensbeheer en het afdekken van het beleggingsrisico.

De hoogte van de premie is de pensioentoezegging aan de deelnemer. Voor de deelnemer staat de hoogte van het te bereiken pensioen niet (meer) vooraf vast, maar is dat afhankelijk van o.a. de ingelegde pensioenpremies, de behaalde rendementen, rentestanden en de ontwikkeling van de levensverwachting.

[!] Uiterlijk 1-1-2028 moet de pensioenopbouw aangepast zijn aan het nieuwe fiscale pensioenkader. De periode tussen 1-7-2023 en 1-1-2028 is een overgangsperiode. In deze periode is het nog mogelijk de pensioenopbouw te laten plaatsvinden op basis van het huidige fiscale kader. Voorwaarde hierbij is dat het gaat om een pensioenregeling die op 30-6-2023 al bestond.

Aanpassingsmechanisme
In de wet wordt een mechanisme opgenomen voor aanpassing van de fiscaal maximale premiegrens. Uitgangspunt is dat de premiegrens niet te vaak wordt aangepast, maar dat veranderingen in het reële rendement wel tijdig kunnen doorwerken in de aanpassing van de maximale premiegrens. In principe wordt de premiegrens tot 2038 vastgezet om stabiliteit en duidelijkheid te bieden tijdens de compensatieperiode. Een tussentijdse aanpassing vindt alleen plaats bij grote schokken in de reële rendementen.

Progressieve premie (overgangsrecht)
Een uitzondering op de nieuwe fiscale premiebegrenzing is mogelijk voor op 30-6-2023 bestaande premieovereenkomsten met een progressieve premiestaffel. Per 1-1-2028 mag uitsluitend nog een progressieve premie worden gehanteerd voor premie- en uitkeringsovereenkomsten, uitgevoerd door een verzekeraar. De progressieve premiestaffel kan in die situatie nog worden toegepast voor alle nieuwe deelnemers die uiterlijk op 31-12-2027 tot de bestaande pensioenregeling zijn toegetreden. Voor deze overeenkomsten geldt de onderstaande wettelijke maximale premiestaffel voor het ouderdomspensioen en partnerpensioen op of na de pensioendatum.

Indien belastingplichtige bij einde van kalenderjaar

 

15 jaar of ouder, maar jonger dan 20 jaar is

19,0 %

20 jaar of ouder, maar jonger dan 25 jaar is

19,8 %

25 jaar of ouder, maar jonger dan 30 jaar is

21,0 %

30 jaar of ouder, maar jonger dan 35 jaar is

22,6 %

35 jaar of ouder, maar jonger dan 40 jaar is

24,4 %

40 jaar of ouder, maar jonger dan 45 jaar is

26,4 %

45 jaar of ouder, maar jonger dan 50 jaar is

28,6 %

50 jaar of ouder, maar jonger dan 55 jaar is

31,0 %

55 jaar of ouder, maar jonger dan 60 jaar is

33,8 %

60 jaar of ouder, maar jonger dan 65 jaar is

37,0 %

65 jaar of ouder is.

40,0 %

Deze percentages worden aangepast wanneer de hoogte van de in de wet opgenomen maximale premiegrens wordt aangepast.

[!] Elke nieuwe deelnemer die op of na 1-1-2028 in dienst treedt, moet verplicht deelnemen in een pensioenregeling met een vlakke premie die voldoet aan het geldende fiscaal maximum.

Tijdelijke verruiming premiegrens
Het fiscale kader wordt tot 2038 tijdelijk verruimd om de compensatie te kunnen financieren. Van 1-7-2023 tot 1-1-2038 wordt de maximale premiegrens 33%. Gedurende 10 jaar kan de extra premieruimte worden benut voor compensatie. Bij het hanteren van de maximale premie van 30% is er een compensatiepremie mogelijk van 3%. Deze kan hoger uitvallen als de maximale premiegrens niet volledig wordt benut. De beschikbare extra premieruimte mag uitsluitend voor compensatie worden gebruikt. Er geldt geen fiscale begrenzing voor het ontvangen van compensatie.

Minimale toetredingsleeftijd
Per 1-1-2024 wordt de minimale leeftijd om toe te treden tot een pensioenregeling verlaagd van 21 naar 18 jaar.

De maximale premiegrens voor de derde pensioenpijler wordt gelijkgesteld aan die van de tweede pijler en bedraagt maximaal 30%. De AOW-franchise die voor de tweede pijler geldt, wordt ook van toepassing voor de derde pijler. Wel geldt dat het reeds opgebouwde pensioen in de tweede pijler de fiscale ruimte in de derde pijler vermindert. Net als bij de tweede pijler wordt het mogelijk om tot vijf jaar na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd fiscaal gefaciliteerd premies in te leggen voor het derdepijlerproduct.

Enkele andere verschillen tussen de tweede en derde pijler worden weggenomen, waarbij voornamelijk de tweede pijler als uitgangspunt wordt genomen.

  • de AOW-franchise die voor de tweede pijler geldt, gaat ook gelden voor de derde pijler. Het wordt ook mogelijk een verlaagde franchise te hanteren in combinatie met een lager premiepercentage. Niet mogelijk is het hanteren van een deeltijdfranchise omdat dit praktisch niet uitvoerbaar is;
  • de omvang van de reserveringsruimte wordt verruimd tot 38.000 euro per jaar;
  • de termijn voor het benutten van de reserveringsruimte wordt verruimd naar 10 jaar;
  • ingelegde premies in de tweede pijler in het voorgaande jaar moeten van de reserveringsruimte worden afgetrokken. Premies voor compensatie naar het nieuwe stelsel hoeven niet in mindering worden gebracht.

Beleidsadviseur

  • Bettie Hoogsteen
    Bettie 2023

    Bettie Hoogsteen

    Senior adviseur public affairs en beleid

  • Terug naar Hoofdpagina Pensioenen
    Terug naar Introductiepagina naslagwerk Pensioenportaal
    Verder naar 3. Nabestaandenpensioen