Wetsvoorstel afschaffing collectiviteitskorting in consultatie

Nieuws
geplaatst op 8-12-2020  

Na de eerdere aankondiging in september heeft minister Van Ark nu het voorstel gepubliceerd om de collectiviteitskorting af te schaffen per 1 januari 2023. De komende periode krijgt de markt de kans om te reageren op het voorstel. Vervolgens zal het voorstel in de loop van 2021 worden besproken in de Tweede Kamer. Wij blijven onverminderd lobbyen voor behoud van de korting. In dit ledenbericht een korte terugblik op de discussie en onze reactie op de voorgenomen afschaffing. 

Het voorstel tot afschaffing van de collectiviteitskorting volgt op een jarenlange discussie over de toegevoegde waarde van collectiviteitskorting. Echter, pas sinds 1 januari 2020 is de collectiviteitskorting verlaagd naar maximaal 5% op de basisverzekering. De dreiging van afschaffing en de uiteindelijke verlaging had een aantal forse positieve effecten. Zo is het aantal zorgcollectiviteiten – met name door het opheffen van gelegenheidscollectiviteiten – flink afgenomen en nam het aantal collectiviteiten met zorginhoudelijke afspraken toe van 20% in 2016 naar bijna 90% in 2020. Er is voor de consument dus een overzichtelijker aanbod met meer keuze gekomen.  

Hoewel het ook na 1 januari 2023 toegestaan blijft om zorginhoudelijke afspraken aan te bieden, vrezen wij dat de houdbaarheid van dergelijke afspraken vanwege het wegvallen van de korting sterk onder druk komt te staan. Zorginhoudelijke afspraken zijn enkel zinvol wanneer het collectief voldoende groot is en daar blijkt de korting in de praktijk een belangrijke prikkel voor te zijn. Bij een lagere premie wordt het voor verzekerden immers interessanter om toe te treden tot het collectief.  

Van Ark geeft aan dat de collectiviteitskorting op een te beperkte schaal tot een aannemelijke besparing van kosten op de zorgverzekering leidt. Dit is ten dele waar. Uit het Equalis-onderzoek blijkt dat de onderzochte zorginhoudelijke afspraken in verreweg de meeste gevallen effectief zijn, maar dat het op dit moment nog lastig is om aan te wijzen welke maatregelen binnen een specifiek collectief tot een specifieke besparing leiden. Veel zorginhoudelijke afspraken hebben effect op de lange termijn, dus zullen de positieve resultaten zich ook op langere termijn openbaren. De Minister heeft volledig gelijk als zij stelt dat er in het verleden onvoldoende oog was voor preventie en kostenbesparing. Maar door binnen een jaar na verlaging van de korting na 5% te verwachten dat adviseurs en verzekeraars ineens overal besparingen kunnen aanwijzen, biedt Van Ark de markt echt te weinig perspectief. Wij zullen dus tot het wetgevingstraject ten einde is lobbyen voor behoud van de collectiviteitskorting. 

In dit artikel lees je onze uitgebreidere reactie op het voorstel om de collectiviteitskorting af te schaffen.   

Categorien: Zorg en inkomen