Voortgang en inzet Europese dossiers besproken in Brussel
Onlangs waren we - samen met collega’s van de andere lidstaten - bij een BIPAR bijeenkomst om de Europese ontwikkelingen te bespreken. Centraal op de agenda stond de Europese onderhandelingen over de tekst van de richtlijn Retail Investment Strategy (RIS). De onderhandelingen over de eindtekst van de richtlijn in het kader van de zogenaamde trilogue gaan de eindfase in. Dat biedt de betrokken partijen nog een laatste mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de tekst.
De Retail Investment Strategy (RIS) heeft tot doel de positie van retailbeleggers en hun vertrouwen in de kapitaalmarkten te versterken, zodat zij meer dan nu gaan deelnemen in de beleggingsmarkt. De slotonderhandelingen vormen het sluitstuk van een jarenlang wetgevingsproces van de tekst van de richtlijn. Eerder publiceerden we al een bericht over de RIS en de impact op de Nederlandse markt. Wat de precieze uitkomst van de RIS onderhandelingen wordt, weten we dus binnenkort. Wat wel duidelijk is, is dat Europa niet de inzet van Nederlandse regering zal overnemen voor een Europees breed provisieverbod. De rest van Europa denkt daar veel genuanceerder over.
Naast de RIS wachten nog andere conceptvoorstellen op behandeling, zoals FIDA. Tegelijk zijn er toch een aantal zaken aan het veranderen in Europa. In toenemende mate beoordeelt Europa voorstellen op mogelijkheden voor vereenvoudiging (simplification) en ook bij de periodieke herziening van wetgeving (reviews) is vereenvoudiging een speerpunt geworden. Wat dat betreft waait er een andere wind en is het besef doorgedrongen dat het enorme pakket aan gedetailleerde regels de economie en innovatie niet helpt maar eerder belemmert.
Dat biedt ook kansen om samen met de Europese regelgever te kijken naar vereenvoudiging. Het maakt het ook des te urgenter dat ook de Nederlandse regelgever kritisch kijkt naar de vele nationale koppen bovenop Europese regelgeving die maken dat de Nederlandse financiële sector op veel onderdelen veel scherpere regelgeving kent dan de rest van Europa. Dat is niet goed voor het concurrentievermogen en het vestigingsklimaat en leidt tot een ongelijk speelveld. Afgelopen september heeft de minister een overzicht van de nationale koppen in de financiële sector aan de Tweede Kamer gestuurd, maar het is nu tijd om daadwerkelijk de regels in balans te brengen met de rest van Europa en in te zetten op een Europese markt in plaats van het beste jongetje uit de klas te willen zijn wat betreft regelgeving.