Zorgcollectiviteiten: erop of eronder
Nog een paar dagen en ook de laatste zorgverzekeraars maken hun zorgpremies voor 2018 bekend; het zorgseizoen barst dan écht los. Voor wat betreft de zorgcollectiviteiten wordt het een tijd van erop of eronder. Want we moeten nu waarmaken wat we met de Gedragscode Onafhankelijk Collectief Zorgadvies hebben willen beogen: het aanbieden van collectiviteiten die door zorginhoudelijke afspraken echt toegevoegde waarde bieden om een premiekorting te rechtvaardigen.
Ik hoef je niet te vertellen dat de politiek ons op de vingers kijkt. Want het was kantje boord of de politiek had – in haar streven om de uit de pan rijzende zorgkosten aan te pakken – het hele systeem van zorgcollectiviteiten aan de kant geschoven. Dit alles omdat de vele collectiviteiten waar korting prevaleert boven inhoudelijke afspraken niet bijdragen aan een besparing op de basisverzekering en dus op de kosten van zorg. Hoewel het helemaal verbieden van zorgcollectiviteiten een duidelijk gevalletje van het kind met het badwater weggooien zou zijn geweest, was het wel een teken dat er iets moest gebeuren. Een kans, als je het mij vraagt. Als branche biedt het ons namelijk de mogelijkheid om een maatschappelijke bijdrage te leveren aan het beheersen van de zorg- en verzuimkosten. En zo de waarde van ons advies te laten zien.
Welke zorg onder de Zorgverzekeringswet valt, wordt jaarlijks bepaald, daar kunnen wij verder geen afspraken over maken met werkgevers, verzekeraars en verzekerden. Maar wij hebben als branche wél de mogelijkheid om de regie te nemen in het ontwikkelen van zorginhoudelijke afspraken, ook binnen kleine zorgcollectiviteiten. Afspraken die zowel op de korte als de lange termijn effect kunnen hebben op de kosten van de zorg.
Ik denk dan bijvoorbeeld aan afspraken rondom preventie; een succesvolle interventie kan tot een directe besparing van de zorgkosten leiden. Of aan drempelverlagende maatregelen tot de curatieve zorg. Deze kunnen op de korte termijn weliswaar leiden tot een kleine toename aan kosten in het kader van de Zorgverzekeringswet, maar op de lange termijn voorkomt een vroege behandeling een gang naar de specialist. En wanneer er sprake is van een homogeen collectief is het mogelijk om gerichte preventie- en vitaliteitsprogramma’s op te zetten. Een kleine afname van het aantal zieken op latere leeftijd kan daarmee al snel tot een grote besparing leiden.
Handelen volgens de Gedragscode zal in het begin niet altijd makkelijk zijn. Al was het maar omdat wij als adviseurs ook afhankelijk zijn van de bereidheid tot samenwerken van verzekeraars. Maar het is voor mij zonneklaar dat het wel de enige route is die we kunnen bewandelen, willen we de collectiviteitsmarkt behouden. Bovendien biedt het ons de kans om de politiek, de branche én de consument te laten zien dat de onafhankelijk financieel adviseur een belangrijke bijdrage kan leveren aan het betaalbaar houden van ons zorgstelsel nu en in de toekomst!
Ik wens je een goed zorgseizoen!