Wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3 naar Tweede Kamer gestuurd
Het kabinet heeft op 14 maart 2025 het wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3 naar de Tweede Kamer gestuurd. De bedoeling van dit wetsvoorstel is dat belastingplichtigen met terugwerkende kracht kunnen aantonen dat hun werkelijke rendement lager is geweest dan het forfaitaire rendement dat de Belastingdienst hanteert. De teveel betaalde belasting wordt vervolgens terugbetaald aan de belastingplichtige.
De aanleiding voor dit tussenwetsvoorstel is het kerstarrest van de Hoge Raad in december 2021. In dit arrest oordeelde de Hoge Raad dat de toenmalige box 3-heffing in strijd was met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod. De Hoge Raad vond dat het forfaitaire rendement niet representatief was voor de werkelijke rendementen van belastingplichtigen, wat leidde tot onrechtvaardige belastingheffingen. Dit arrest heeft geleid tot de noodzaak om de box 3-regeling te herzien en in de tussentijd de tegenbewijsregeling in te voeren. Het kabinet hoopt dat in 2028 de Wet werkelijk rendement box 3 ingaat waarmee de wetgeving definitief wordt aangepast.
Om het werkelijk rendement aan te tonen kan vanaf de zomer 2025 gebruik gemaakt worden het formulier 'Opgaaf werkelijk rendement'. De Belastingdienst zal dit formulier beschikbaar stellen. Dit formulier kan gebruikt worden om het werkelijk rendement vanaf 2017 aan te tonen. Vanaf de aangifte over 2025 wordt de mogelijkheid van tegenbewijs opgenomen in de normale aangifte inkomstenbelasting.
In de verschillende arresten heeft de Hoge Raad aangegeven wat wordt verstaan onder werkelijk rendement. Het rendement op het volledig box 3-vermogen moet worden meegenomen, zoals ontvangen en verschuldigde rente, ontvangen dividend op aandelen en huurinkomsten van een verhuurde vakantiewoning en de waardestijging of -daling van het vermogen. Verliezen mogen niet verrekend worden met andere kalenderjaren. Verder wordt er geen rekening gehouden met kosten, zoals advieskosten voor de aankoop van beleggingen of onderhoudskosten voor een vakantiewoning. Ook de waardestijging van een bezitting als gevolg van investeringen, zoals de verbetering of uitbreiding van een vakantiewoning, is geen onderdeel van het rendement.
Hoewel de Hoge Raad heeft besloten dat het eigen gebruik van onroerende zaken zoals vakantiehuizen in principe onder het rendement valt dat in box 3 wordt belast, heeft het kabinet besloten dit voor de jaren 2017 tot en met 2025 buiten beschouwing te laten. Het wordt voor de Belastingdienst te ingewikkeld als dit meegenomen moet worden. Vanaf belastingjaar 2026 moet het eigen gebruik van onroerende zaken wel worden opgegeven.
Op de site van de Rijksoverheid is meer informatie te vinden over alle wijzigingen rondom box 3.