Publieke WGA-premie in 2026 fors hoger – kans voor eigenrisicodragerschap
UWV heeft de nieuwe gedifferentieerde premies voor de Werkhervattingskas (Whk) voor 2026 bekendgemaakt. De gemiddelde WGA-premie stijgt aanzienlijk, van 0,83% in 2025 naar 0,96% in 2026. Ook de gemiddelde ZW-premie gaat omhoog, van 0,50% naar 0,56%. Deze stijgingen hebben gevolgen voor werkgevers die publiek verzekerd zijn en onderstrepen het belang van een tijdige afweging tussen het eigenrisicodragerschap en de publieke verzekering.
Toename aantal WGA-uitkeringen
Volgens UWV is de forse stijging van de gemiddelde WGA-premie met name het gevolg van een toename in het aantal en de hoogte van de WGA-uitkeringen. De instroom in de WGA is hoger dan in voorgaande jaren. UWV wijst hierbij op een zorgwekkende toename van jonge mensen die uitvallen met psychische aandoeningen en long-covidklachten.
De herinvoering van de 60-plusmaatregel per 1 september 2025 heeft een dempend effect op de premiestijging. Uitkeringen aan nieuwe instromers van 60 jaar en ouder worden door deze maatregel niet uit de Werkhervattingskas, maar uit het algemene Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) betaald. Zonder deze maatregel was de stijging dus nog hoger uitgevallen.
Loonloze tijdvakken
Ook een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over zogenoemde ‘loonloze tijdvakken’ heeft negatieve invloed op de premie. Voor de berekening van dit dagloon kijkt UWV naar het verdiende loon in het jaar voordat iemand ziek werd (de referteperiode). Dit totale loon werd vervolgens gedeeld door een vast aantal dagen (261).
Als een werknemer in die referteperiode een tijd geen loon ontving, bijvoorbeeld door onbetaald verlof of omdat diegene een WW-uitkering ontving, dan had dit een nadelig effect. Het totale loon was lager, maar werd nog steeds door 261 dagen gedeeld. Het gevolg was een lager dagloon en dus een lagere WIA-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft geoordeeld dat deze berekeningswijze niet correct is. De 'loonloze' dagen moeten uit de berekening worden gehaald. Het totale loon wordt daardoor door een kleiner aantal dagen gedeeld, wat resulteert in een hoger en eerlijker dagloon. Het UWV moet nu lopende uitkeringen herberekenen en de rekenmethode voor de toekomst aanpassen. Dit leidt tot hogere uitkeringslasten en draagt daarmee bij aan de stijging van de WGA-premie.
Ook ZW-premie stijgt
De stijging van de ZW-premie wordt eveneens veroorzaakt door hogere uitgaven aan Ziektewetuitkeringen. Daarnaast waren de premies de afgelopen jaren niet kostendekkend, waardoor een tekort is ontstaan in de Ziektewet-kas. De premie voor 2026 is nu iets hoger vastgesteld dan de geraamde uitgaven om dit tekort geleidelijk aan te vullen.
Keuzemoment voor werkgevers
Werkgevers hebben tot 1 oktober 2025 de tijd om een keuze te maken voor het eigenrisicodragerschap voor de WGA en/of de ZW per 1 januari 2026. De nu gepubliceerde premies zijn een belangrijk onderdeel voor de afweging tussen de publieke verzekering via het UWV en het zelf dragen van het risico, al dan niet in combinatie met een private verzekering.
Eind 2025 ontvangen werkgevers van de Belastingdienst de definitieve beschikking met de individueel gedifferentieerde premie (voor middelgrote en grote werkgevers) of de mededeling met de sectorale premie (voor kleine werkgevers). Op de site van UWV is een rekenhulp geplaatst die een indicatie kan geven van de gedifferentieerde premie Werkhervattingkas per 2026.
De uitgave van UWV met het premie-overzicht is hier te downloaden.