Prinsjesdag: De belangrijkste wijzigingen op het gebied van zorgverzekeringen in 2026
Op de derde dinsdag van september, Prinsjesdag, is de Rijksbegroting voor het volgende kalenderjaar weer gepresenteerd. De belangrijkste wijzigingen op het gebied van zorgverzekeringen in 2026 hebben we uit de begroting van het ministerie van VWS gehaald en worden hier weergegeven.
Cijfers rond de Zorgverzekeringswet

Enkele opvallende zaken zijn:
- Het ministerie van VWS verwacht dat de gemiddelde nominale premie per 2026 met € 2,67 per maand (€ 32 per jaar) stijgt. Overall hebben de zorgverzekeraars hun premies in 2025 gemiddeld € 8 per jaar hoger vastgesteld dan VWS had begroot op Prinsjesdag vorig jaar (prognose € 1.868 ten opzichte van € 1.876 gemiddelde betaalde premie. De prognose van VWS komt de afgelopen jaren wel steeds dichterbij de daadwerkelijke gemiddelde betaalde premie.
Op basis van de rekenpremie gaan zorgverzekeraars doorrekenen welke premie zij zelf denken nodig te hebben. Deze premiestelling voor 2026 moet uiterlijk 12 november 2025 bekend gemaakt zijn. - Voor 2026 verwacht VWS dat zorgverzekeraars € 0,1 miljard overreserves zullen inzetten om de premies te dempen. Volgens de berekeningen van VWS was de inzet van reserves door zorgverzekeraars in 2025 € 0,5 miljard. Overall zou de verlaagd inzet van reserves moeten zorgen voor een stijging van de premie (nominaal en inkomensafhankelijk bij elkaar) van € 28, waarvan de helft via de inkomensafhankelijke bijdragen wordt gefinancierd.
- De inkomensafhankelijke bijdrage (regulier tarief) daalt met 0,41% naar 6,10%. Het is het vijfde jaar op rij dat de inkomensafhankelijke bijdrage naar beneden wordt bijgesteld (vanaf 2021). De nominale premie en de inkomensafhankelijke bijdrage worden altijd in de verhouding 50/50 vastgesteld. Omdat in praktijk de premievaststelling door verzekeraars meestal afwijkt van wat VWS begroot, wordt er meestal een correctie voor het voorgaande jaar ingebouwd. In eerdere jaren is er verhoudingsgewijs te veel inkomensafhankelijke bijdrage geheven. Voor het rechttrekken van de onderlinge verhouding is een correctie van 0,08% ingebouwd in de inkomensafhankelijke bijdrage. Totaal is het verschil tussen inkomensafhankelijke bijdrage en nominale premie in 2026 € 3,1 miljard wat er te veel aan inkomensafhankelijke bijdrage is binnengekomen. Het is de bedoeling om dit overschot in vier jaar weg te werken, te beginnen in 2026.
- Ook het verlaagde tarief van de inkomensafhankelijke bijdrage daalt met 0,41% naar 4,85%.
- Het verplichte eigen risico blijft gehandhaafd op € 385 per jaar. Het demissionaire kabinet heeft het verplichte eigen risico op € 385 “bevroren” tot en met 2026. Het was de bedoeling om het verplichte eigen risico per 2027 te verlagen naar € 165. Het wetsvoorstel is echter flink bekritiseerd door de Raad van State en is niet ingediend bij de Tweede Kamer. Het is de vraag wat een nieuw kabinet gaat doen. Het verplichte eigen risico komt in vrijwel alle verkiezingsprogramma’s voor, maar de plannen variëren van volledig afschaffen van het eigen risico tot het eventueel weer verhogen ervan.
- De Standaardpremie wordt gebruikt voor de berekening van de Zorgtoeslag. De Standaardpremie stijgt in 2026 met € 31 (€ 25 in 2025 en € 98 in 2024). De maximale zorgtoeslag voor een alleenstaande stijgt met € 1 per jaar per 2026, de maximale zorgtoeslag voor partners blijft gelijk op basis van deze cijfers.
- De procentuele premie voor de Wet langdurige zorg (Wlz) blijft gelijk, volgens afspraak.
Pakketwijzigingen
Al eerder is bekend geworden welke wijzigingen VWS in het verzekeringspakket van de Zorgverzekeringswet wil doorvoeren. Per 1 januari 2026 worden de volgende pakketwijzigingen in de basisverzekering doorgevoerd:
- Meer ondersteuning bij stoppen met roken
Stoppen met roken is vanaf 2013 onafgebroken onderdeel van het pakket. Inmiddels is het aanbod van stoppen met rokenprogramma’s verder doorontwikkeld. Tot 2026 wordt er nog één stoppoging per kalenderjaar vergoed, maar vanaf 2026 wordt dit uitgebreid naar maximaal drie stoppen-met-rokenprogramma's per kalenderjaar. - Oefentherapie bij axiale spondyloartritis (axSpA) definitief vergoed
Langdurige en persoonlijke actieve oefentherapie onder begeleiding van een fysiotherapeut of oefentherapeut voor volwassenen met axiale spondyloartritis (axSpA),wordt opgenomen in het basispakket. AxSpA is een vorm van reuma waarbij er vooral sprake is van klachten aan bekken en wervelkolom. Dit geldt voor volwassenen met axSpA die ernstige functionele beperkingen in het dagelijks leven hebben. Deze zorg was al tijdelijk toegelaten om de effectiviteit te onderzoeken. Het Zorginstituut heeft geconstateerd dat deze zorg voldoet aan het criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’ en heeft geadviseerd de zorg definitief in het basispakket op te nemen. Dit advies wordt per 2026 opgevolgd. - Geen eigen risico voor meekijkconsult en advies op afstand
Bepaalde vormen van zorg worden uitgezonderd van het verplichte eigen risico. Per 2026 wordt die lijst uitgebreid met zogeheten ‘meekijkconsulten’ en ‘meedenkadviezen’. Deze uitzondering geldt niet voor het vrijwillig eigen risico. Meekijkconsulten en meedenkadviezen zijn situaties waarin de huisarts de expertise van een andere zorgverlener inroept om tot een goede diagnose, behandeling of doorverwijzing te komen. Als voorbeelden wordt de expertise van de medisch specialist, ggz-professional, specialist ouderengeneeskunde of arts verstandelijk gehandicapte genoemd.
De volgende vormen van consultatie vallen vanaf 2026 niet meer onder het verplichte eigen risico van de Zorgverzekeringswet:- Meekijkconsult: De patiënt heeft direct contact met de specialist, die samen met de huisarts naar de situatie kijkt. Dit kan digitaal of face-to-face plaatsvinden.
- Meedenkadvies: De huisarts overlegt met een specialist zonder dat de patiënt erbij aanwezig is. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin de huisarts foto's van een huidaandoening deelt en bespreekt met een dermatoloog (teledermatologie). De uitslag wordt vervolgens door de huisarts met de patiënt besproken.
- Verkennend gesprek (ggz): Dit is een speciale vorm van een meekijkconsult voor mensen met psychische klachten. Een ggz-professional, een professional uit het sociaal domein en een ervaringsdeskundige gaan met de patiënt in gesprek om te bepalen welke hulp het beste past. De huisarts is hierbij niet aanwezig maar ontvangt een advies dat voorkomt uit dit verkennend gesprek.
Eerstelijnsdiagnostiek blijft wel onder het verplichte eigen risico vallen. Hieronder valt de diagnostiek (beeldvormende diagnostiek, functieonderzoek en laboratoriumonderzoek) die wordt verricht op verzoek van een eerstelijnszorgverlener in Nederland – meestal de huisarts of verloskundige.
Aanpassing eigen bijdragen
Voor verschillende hulpmiddelen en bepaalde verstrekkingen gelden eigen bijdragen. Bijvoorbeeld voor brillen en lenzen, haarwerken, orthopedische schoenen, kraamzorg en ziekenvervoer. Deze eigen bijdragen worden jaarlijks aangepast.
Gemiddelde lasten per volwassene
Interessant is tenslotte ook het jaarlijkse overzicht van lasten per volwassene aan zorg. Dit figuur is hieronder uit de begroting overgenomen. Per 2026 nemen de lasten per volwassene met bijna 5% toe, is de verwachting van VWS (van € 7.318 in 2025 naar € 7.680 In 2026).

(Bron: begroting VWS 2026)
Nieuwe versie Zorgverzekeringswet in Praktijk
Om te helpen om de kennis rond de Zorgverzekeringswet up-to-date te houden, biedt Adfiz een gratis handboek aan over de Zorgverzekeringswet. In dit document, Zorgverzekeringswet in Praktijk worden alle relevante aspecten van de Zorgverzekeringswet besproken. Zo wordt ingegaan op de verzekeringskring, de acceptatieplicht, het begin en einde van de verzekering, het verzekerde pakket en de financiering. Ook de Zorgtoeslag is in het document opgenomen.
De bijgewerkte versie van het document Zorgverzekeringswet in Praktijk (ZIP) wordt in de week na Prinsjesdag verspreid. Als je een mailtje stuurt naar m.van.westerlaak@adfiz.nl word je op de verzendlijst geplaatst. Je krijgt dan automatisch de nieuwste versie per mail.