Maandcolumn: Een hellend vlak
Een dikke week geleden maakten de Rabobank en haar dochter Obvion bekend hun beleid rondom aflossingsvrije hypotheken aan te scherpen. Vanaf 11 mei kunnen klanten nog maar 30% van de waarde van hun woning aflossingsvrij lenen. De directe aanleiding voor deze opmerkelijke stap is niet omdat deze twee instellingen zo begaan zijn met de belangen van hun klanten. Niet omdat ze principiële bezwaren hebben tegen aflossingsvrije hypotheken. En ook niet omdat ze problemen voorzien voor wat betreft de aflossing aan het einde van de looptijd van deze hypotheken. Waarom dan wel? Nou, simpelweg omdat ze gezwicht zijn voor de druk van DNB.
Daar vind ik van alles van. Maar wat me vooral dwars zit is de rol die DNB hierin speelt. De toezichthouder gaat te ver mee in het ECB-frame over de schuldenpositie van Nederlandse huishoudens. Die zou – internationaal gezien – hoog zijn, met name door hypotheekschulden. En dat zou risico's kunnen opleveren voor de financiële stabiliteit en de economie kwetsbaar maken bij schokken in huizenprijzen, rente of inkomen. Kijkend naar dát halve plaatje zou je inderdaad tot die conclusie kunnen komen. Alleen: als we van banken verwachten dat zij een klantdossier volledig doorgronden, dan mogen we van toezichthouders toch ook verwachten dat zij een landdossier volledig bekijken?
En dan doemt een heel ander beeld op.
Nederland behoort internationaal namelijk tot de top als het gaat om opgebouwd pensioenvermogen. In Europese publicaties wordt Nederland zelfs genoemd als een land waar de pensioenactiva groter zijn dan tweemaal het bbp. En ik weet ook wel dat dit geen vrij opneembare spaarpot is. Maar het is wél een fundamenteel onderdeel van de financiële weerbaarheid van huishoudens. Het zegt iets over toekomstige inkomenszekerheid en dus over betaalbaarheid rond pensionering. En daarmee zijn huishoudens dus weerbaarder dan het frame suggereert. Dát is het eerlijke verhaal.
En dat brengt me bij de kern van deze column: DNB moet stoppen met het versterken van een eenzijdig frame en beginnen met het verdedigen van een evenwichtig beeld. Ze zitten nota bene aan tafel bij de ECB. Het minste dat we toch wel mogen verwachten, is dat DNB ook staat voor de Nederlandse consument, net zoals de AFM. Want in de echte wereld is aflossingsvrij vaak een bewuste keuze die past binnen een totaalplaatje. Aflossingsvrij hoeft niet op een voetstuk. Maar het hoeft ook niet in de ban. Het is een productvorm die ruimte krijgt in wet- en regelgeving en die, juist daarom, vraagt om kwaliteit: goede informatie, goed advies, goede dossiervorming.
Wat ik nu zie, is dat we een andere kant op dreigen te gaan: niet bestrijden waar het risico van aflossingsvrij zit, maar beperken waar het schuurt in het (prudentieel) toezicht. En dan begeven we ons op een hellend vlak.