Hypotheeknormen 2026 bekend: meer leenruimte door loonstijging, minder voor zonnepanelen
Het Nibud heeft zijn adviesrapport voor de hypotheeknormen 2026 gepubliceerd. In een begeleidende Kamerbrief heeft demissionair minister van Volkshuisvesting de adviezen grotendeels overgenomen. De belangrijkste conclusie: huishoudens met een (verwachte) loonstijging kunnen volgend jaar meer lenen. De meest opvallende wijziging is de verlaging van de extra leenruimte voor de allerzuinigste woningen.
Meer lenen bij loonstijging
Zonder loonstijging zou de leencapaciteit in 2026 juist afnemen door de na-ijlende effecten van inflatie. Maar door de verwachte loonstijging stijgt de maximale hypotheek. Een huishouden met een bruto jaarinkomen van €70.000 kan in 2026 zo’n €6.000 meer lenen dan in 2025; bij €100.000 loopt dat verschil op tot €15.500.
Aangepaste extra bedragen voor duurzame woningen
Huishoudens die een zeer energiezuinige woning kopen, kunnen nog steeds extra lenen. Maar de bedragen zijn verlaagd voor woningen met label A+++ of A++++. Dit komt door de afschaffing van de salderingsregeling en de invoering van terugleverkosten.
|
Energielabel woning |
Extra hypotheekbedrag 2026 |
Extra hypotheekbedrag 2025 |
Verschil 2026 met 2025 |
|
A+++ |
€ 25.000 |
€ 30.000 |
- € 5.000 |
|
A++++ |
€ 30.000 |
€ 40.000 |
- € 10.000 |
|
A++++ met garantie |
€ 40.000 |
€ 50.000 |
- € 10.000 |
De mogelijkheid om extra te lenen voor maatregelen bij woningen die al zeer zuinig zijn, wordt beperkt. Voor woningen met startlabel A+++ vervalt de extra leenruimte voor maatregelen volledig (van €10.000 naar €0).
Overige punten
Naast de grote wijzigingen in leencapaciteit en duurzaamheidsnormen, waren er nog een paar andere relevante punten:
Stabiliteit bij alleenstaanden en studieleningen
Op een aantal veelbesproken dossiers blijft de rust bewaard. Zo blijft de extra leencapaciteit voor alleenstaanden ongewijzigd en gehandhaafd op €17.000. Ook aan de systematiek voor studieleningen wordt in 2026 niet gemorreld. De huidige methode, gebaseerd op de werkelijke maandlast, blijft van kracht. Datzelfde geldt voor de bruteringsfactoren die gebruikt worden bij de berekening; deze blijven gelijk aan 2025.
Technische verfijning
Een technische, maar relevante wijziging is de afronding van de financieringslastpercentages. Deze worden voortaan afgerond op 0,1% in plaats van 0,5%. Dit klinkt klein, maar het Nibud adviseert dit om abrupte 'schokken' in de leencapaciteit te voorkomen, die nu soms ontstaan bij een kleine stijging in inkomen of rente.