Ga naar hoofdinhoud

Geen restitutiemogelijkheid in nabestaandenpensioen

logo_ministerie-szw.jpg

De minister van SZW heeft een analyse laten uitvoeren of een restitutiemogelijkheid kan worden ingevoerd in het nabestaandenpensioen. De Tweede kamer heeft hierom verzocht bij de behandeling van het Wetsvoorstel toekomst pensioenen. De Tweede Kamer wees erop dat een deelnemer de nabestaandenvoorziening vrijwillig kan voortzetten (na einde dienstverband), maar dat het niet uitgesloten is dat er gewezen deelnemers in de praktijk onverzekerd zullen blijven. De minister concludeert na onderzoek geen mogelijkheid te zien voor de invoering van een restitutievariant.

Overwegingen die de minister hiervoor aanvoert zijn:

  1. Het is in de praktijk niet vast te stellen wie ongewild verzekerd zijn. Restitutie zal moeilijk te beperken zijn tot een kleine groep.
  2. Het leidt tot lage pensioenuitkeringen van deelnemers die maar kort in een pensioenregeling hebben deelgenomen.
  3. Het bieden van restitutie leidt ertoe dat er twee pensioenregelingen naast elkaar bestaan; namelijk de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting van het partnerpensioen en restitutie. Dit leidt tot een complexiteit in de uitvoering en hogere uitvoeringskosten met een opwaarts effect op de premies. Ook bemoeilijkt het de communicatie naar deelnemers.
  4. Restitutie kan deelnemers schijnzekerheid bieden en deelnemers doen afzien van de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting. Vrijwillige voortzetting biedt met name deelnemers die nog maar kort pensioen opbouwen een betere dekking voor het nabestaandenpensioen. Vrijwillige voortzetting heeft daarnaast ook het voordeel van helderheid over de uitkering die men kan verwachten, dit in tegenstelling tot restitutie.
  5. Restitutie leidt ertoe dat een deel van de onderlinge solidariteit tussen deelnemers wegvalt.
  6. Restitutie betekent werken met twee regelingen hetgeen leidt tot het doorbreken van de eenvoud van het stelsel.

De minister geeft aan dat vastgehouden wordt aan een nabestaandenpensioen op risicobasis met een standaard uitloopdekking van 3 maanden, die optioneel te verlengen is tot 6 maanden als sociale partners dit overeenkomen. Automatische voortzetting van de dekking is er ook tijdens de WW en ZW-periode. Ook kan na beëindiging van deze periode of periode van verplichte voortzetting er de mogelijkheid zijn de regeling vrijwillig voort te zetten gedurende minimaal 15 jaar.

 

 

31 jul 2023