Evaluatie beloningsbeleid naar de Tweede Kamer gestuurd
De minister van financiën Eelco Heinen heeft de evaluatie van de wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo) - samen met zijn conclusies - naar de Tweede Kamer gestuurd. Die conclusie is kort: de minister ziet geen aanleiding om de zeer scherpe Nederlandse regels aan te passen met uitzondering van de regels voor specialistisch personeel van financiële ondernemingen, zoals ICT ers.
Deze conclusie was te verwachten gezien het politieke en maatschappelijke sentiment inzake topbeloningen. Recent heeft de Kamer - nog vóór bekendwording van de resultaten van de evaluatie - een motie aangenomen waarin ze aangeeft niets te willen veranderen. Daarmee blijft de Nederlandse regelgeving veruit de strengste van alle EU lidstaten en blijft deze nationale kop op de Europese beloningsregels voorlopig in stand. Voorlopig want de vraag is hoe houdbaar deze nationale kop is bij een Europese kapitaalmarkt waar Nederland fors op inzet.
Er is nu wel een opening voor specialistisch personeel van financiële ondernemingen. De minister gaat de mogelijkheden onderzoeken of er een passende oplossing is. Nieuwe uitdagingen rond cyberweerbaarheid vragen om hoogwaardige specialistische kennis en ervaring. Deze is schaars en de concurrentie met andere instellingen buiten de financiële sector groot is. De Wbfo is een belemmering hier zo blijkt uit de evaluatie. Overigens was dit een nadere evaluatie waarbij met name is gekeken naar de ontwikkeling van de beloningen (er is sprake van een verschuiving naar vaste beloning) en de gevolgen van de Wbfo voor de arbeidsmobiliteit, concurrentiepositie en het vestigingsklimaat van financiële ondernemingen. In de eerdere evaluatie - in 2018, kort na de invoering van de Wbfo, was er nog te weinig informatie hierover.
De Wbfo heeft effecten op de genoemde onderwerpen blijkens het onderzoek, maar niet dusdanig dat er voor de minister aanleiding is om de strenge regels aan te passen. De houding van de minister is mede ingegeven door de eerdere stellingname van de Kamer om de bonusregels niet aan te passen. Overigens wijzen interviewpartners erop dat er het afgelopen decennium veel wet- en regelgeving voor de financiële sector is bijgekomen, waarin Nederland veelal ook strenger is dan Europa (o.a. rondom kapitaaleisen, rondom compliance inzake witwassen en terrorismefinanciering, het provisieverbod, etc.). De Wbfo is onderdeel van deze verzwaring die negatief is voor de concurrentiepositie en het vestigingsklimaat.
Adfiz zet volop in op de aanpak van regeldruk en nationale koppen in onze regelgeving. Politieke druk is nodig om de ministeries te bewegen om daadwerkelijk regels te schrappen. Dit kabinet en deze minister moeten daadwerkelijk laten zien dat ze doen wat ze beloofd hebben in het Regeerakkoord, namelijk geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid en - waar nodig - heroverwegen en schrappen van bestaande nationale koppen die zorgen voor extra regeldruk.