Ga naar hoofdinhoud

Consultatieronde Wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026

financien.png

Vrijwel jaarlijks worden er aanpassingen doorgevoerd in de fiscale wetgeving. Deze wijzigingen worden vastgelegd in een Fiscale verzamelwet. Om voldoende tijd te hebben voor het parlementaire proces rondom wetgeving, wordt nu de Fiscale verzamelwet met wijzigingen per 1 januari 2026 ter consultatie voorgelegd.

Zoals de naam al aangeeft, bevat de verzamelwet maatregelen op veel verschillende gebieden. Hieronder volgt een opsomming van een aantal punten die voor financieel adviseurs het meest interessant zijn: 

Codificatie van de uitzendregeling in de eigenwoningregeling 
Als een huiseigenaar tijdelijk elders woont vanwege een overplaatsing of uitzending, kan gebruik gemaakt worden van de uitzendregeling (onderdeel Wet op de Inkomstenbelasting 2001). Hiermee blijft het mogelijk om de woning als eigen woning aan te merken gedurende de uitzending. Dit is belangrijk voor de hypotheekaftrek. Een huidige voorwaarde voor de uitzendregeling is dat het huis niet bij derden (hieronder vallen ook (klein)kinderen) in gebruik is. Deze regel kon sinds eind 2022 - onder voorwaarden en na goedkeuring - al worden losgelaten, maar nu wordt met deze maatregel vastgelegd dat (stief)kinderen, (klein)kinderen en de (fiscaal) partner van de belastingplichtige in de eigen woning van de belastingplichtige kunnen verblijven, terwijl de belastingplichtige tijdelijk is uitgezonden of overgeplaatst. Ook personen die direct voorafgaand aan de uitzending of overplaatsing ten minste twaalf aaneengesloten maanden tot het huishouden van de belastingplichtige behoorden, worden dan niet meer aangemerkt als derden. 

Maatregelen op lijfrentegebied
Gelijktrekken van de uiterste ingangsdatum van een lijfrenteverzekering 
Een lijfrenteverzekering dient uiterlijk in te gaan in het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd plus vijf jaar wordt bereikt. Maar bij een lijfrenteverzekering bestaat ook de mogelijkheid om uit te keren met een jaarbetaling achteraf. In de praktijk kan het dus voorkomen dat de eerste termijn van een lijfrenteverzekering wordt uitgekeerd in het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd plus zes jaar wordt bereikt. De lijfrenterekening en het lijfrentebeleggingsrecht hebben geen mogelijkheid tot jaarbetaling achteraf: de eerste termijn moet uitgekeerd zijn in het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd plus vijf jaar wordt bereikt. Om dit verschil recht te trekken wordt ook voor lijfrenteverzekeringen bepaald dat de eerste termijn uiterlijk uitgekeerd moet zijn in het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd plus vijf jaar wordt bereikt. 

Aanpassing van de wettelijke termijn waarbinnen een lijfrenteverzekering moet ingaan 
Een lijfrenteverzekering die op de overeengekomen einddatum nog niet tot uitkering is gekomen, wordt wettelijk gezien geacht te zijn afgekocht op:

  • bij leven*: 31 december van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar van de contractueel overeengekomen datum,
  • bij overlijden*: 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar van de contractueel overeengekomen datum. 

* Op verzoek kunnen deze termijn worden verlengd.

De voorgestelde wijziging houdt in dat de uiterlijke wettelijke termijn waarop de eerste lijfrentetermijn uitgekeerd dient te zijn, is:

  • bij leven**: op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd plus vijf jaar wordt bereikt,
  • bij overlijden**: op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van overlijden. 

 ** Deze termijnen kunnen op verzoek worden verlengd wanneer door bijzondere omstandigheden geen lijfrentetermijnen zijn uitgekeerd.

Overige maatregelen 
De Fiscale Verzamelwet 2026 kent nog een vijftiental andere aanpassingen op allerlei gebieden.  

Alle informatie over de consultatie en de relevante documenten zijn hier te vinden. De termijn voor de consultatie is redelijk krap: reacties op de consultatie moeten uiterlijk op 16 augustus 2024 binnen zijn.

24 jul 2024