Ga naar hoofdinhoud

Consultatie Wijzigingsregeling hypothecair krediet 2025

financien.png

Jaarlijks start het ministerie van Financiën een consultatieronde over de voorgenomen wijzigingen in de leennormen. De leennormen zijn vastgelegd in de Tijdelijke regeling hypothecair krediet. De consultatie over de voorgenomen leennormen 2025 is hier te vinden.

Voorgestelde wijzigingen

Per 2024 zijn er relatief forse wijzigingen doorgevoerd. Zo wordt vanaf dit jaar in de leennormen rekening gehouden met het energielabel van de woning. Afhankelijk van het energielabel kan de hypotheekaanbieder een bedrag buiten beschouwing laten bij het berekenen van de financieringslast.

De wijzigingen die worden voorgesteld per 2025 betreffen voornamelijk aanpassingen van bedragen en verduidelijking van bepaalde onderdelen:

  1. Het bedrag dat een aanbieder van hypothecair krediet bij alleenstaanden met een toetsinkomen hoger dan € 28.000 buiten beschouwing mag laten bij het vaststellen van de financieringslast wordt gecorrigeerd voor inflatie en verhoogd van € 16.000 naar € 17.000.

 

  1. Als de consument in een of meer van de laatste drie jaren geen vaste inkomsten heeft gehad, kan de hypotheekverstrekker bij het bepalen van het toetsinkomen uitgaan van het huidige inkomen als is onderbouwd dat dit inkomen bestendig is. De consument dient in die drie jaren wel tenminste twaalf maanden een inkomen te hebben gehad. Dit wordt verduidelijkt.

 

  1. Een ander punt dat wordt verduidelijkt, is dat hypotheekverstrekker bij het vaststellen van het toetsinkomen dient uit te gaan van de vastgestelde pensioenleeftijd zoals bedoeld de Algemene Ouderdomswet. Op dit moment is de vastgestelde maximale AOW-leeftijd 67 jaar en drie maanden. Van deze leeftijd kan worden uitgegaan voor consumenten die binnen tien jaar na het aangaan van een hypothecair krediet deze leeftijd bereiken.

 

  1. In de Regeling wordt opgenomen hoe het termijnbedrag van een studielening moet worden bepaald waar de aanbieder van een hypotheek vanuit gaat bij het bepalen van de financieringslast. In de tekst wordt opgenomen dat de hypotheekverstrekker uit moet gaan van de actuele restschuld, de actuele rente en de resterende looptijd van de studielening voor het bepalen van het termijnbedrag in drie situaties:
    1. Als de consument nog geen termijnbedrag is verschuldigd voor rente en aflossing van de studielening (de zogenaamde aanloopfase);
    2. Als de consument heeft gekozen voor een aflosvrije periode;
    3. Als er, als gevolg van de zogenaamde draagkrachtmeting, sprake is van een verlaagd termijnbedrag.

In deze gevallen gaat het om een tijdelijke situatie waardoor er nog geen termijnbedrag of een lager termijnbedrag verschuldigd is. De wetgever wil voorkomen dat er wordt gekozen voor een aflosvrije periode bij de studielening, om op die manier een hogere hypotheek te kunnen krijgen.

 

  1. De financieringslastpercentages (artikel 3a van de Regeling hypothecair krediet) worden aangepast in overeenstemming met het advies van het Nibud.

 

 

Input

Wil je naar aanleiding van deze consultatieronde aandachtspunten aan ons doorgeven? Afhankelijk van de reacties zal er vanuit Adfiz al dan niet op de consultatieronde gereageerd worden. Je kunt je input vóór 22 juli 2024 mailen naar info@adfiz.nl.

1 jul 2024