Ga naar hoofdinhoud

Consultatie Wetsvoorstel wijziging toets op re-integratie inspanningen en WIA voorschotregeling

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is een internetconsultatie gestart voor het 'Wetsvoorstel wijziging toets op re-integratie inspanningen en WIA voorschotregeling'. Dit voorstel, dat voortkomt uit de bredere aanpak om het WIA-stelsel te verbeteren, bevat een aantal belangrijke, losstaande wijzigingen. 

Zo wordt het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid leidend bij de RIV-toets. Daarnaast komt er een structurele wettelijke basis voor het kwijtschelden van WIA-voorschotten die ontstaan door de lange wachttijden bij UWV. Verder bevat het voorstel wijzigingen voor de financiering van die voorschotten die ook relevant is voor eigenrisicodragers. 

  1. RIV-toets: Advies bedrijfsarts over belastbaarheid wordt leidend
    Werkgevers ervaren nu onzekerheid omdat zij, zelfs als ze het advies van de bedrijfsarts volgen, een loonsanctie kunnen krijgen als de verzekeringsarts van UWV achteraf medisch anders oordeelt. Dit is de hoofdoorzaak in 8% van de inhoudelijke loonsancties. Het kabinet wil deze 'slecht uitlegbare' situatie oplossen. Het voorstel regelt dat het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend wordt bij de RIV-toets. 

    De RIV-toets verdwijnt hiermee niet, maar zal berusten op een arbeidskundige beoordeling van het re-integratieverslag door UWV. De arbeidsdeskundige van UWV toetst dan alleen nog of de werkgever en werknemer voldoende re-integratie-inspanningen hebben gepleegd die passend zijn bij het (leidende) advies van de bedrijfsarts. Loonsancties om andere redenen (bijvoorbeeld onvoldoende inspanningen in spoor 2) blijven dus mogelijk. 

  2. WIA-voorschotten: Wettelijke basis voor kwijtschelding
    Door de grote achterstanden bij de sociaal-medische beoordelingen (de 'mismatch'), verstrekt UWV WIA-voorschotten aan aanvragers die lang moeten wachten. Als na de (late) beoordeling blijkt dat er geen (of een lager) recht op WIA bestaat, leidt dit tot terugvorderingen en financiële problemen bij burgers. Sinds 2021 hanteert UWV het tijdelijke beleid om deze voorschotten kwijt te schelden. Er is geen wettelijke grondslag voor dit beleid, dus is het 'tegenwettelijk beleid'.

    Dit wetsvoorstel creëert een (tijdelijke) wettelijke grondslag die verder wordt ingevuld bij algemene maatregel van bestuur om deze kwijtschelding voort te zetten, zolang de achterstanden bij UWV aanhouden. Het voorstel houdt kortgezegd in dat, als na de WIA-claimbeoordeling blijkt dat de werknemer geen of een lager recht heeft op een WIA-uitkering en de terug te vorderen voorschotten niet verrekend kunnen worden met een andere uitkering, UWV kan afzien van het terugvorderen van deze voorschotten. 
     
  1. Financiering voorschotten
    De wettelijke basis voor kwijtschelding gaat gepaard met een aanpassing van de financiering. De WIA-voorschotten komen nu ten laste van de Werkhervattingskas (Whk-premie). Deze premie wordt betaald door publiek verzekerde werkgevers. 

    Het voorstel regelt dat de lopende én de kwijtgescholden WIA-voorschotten voortaan betaald worden uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Omdat alle werkgevers (publiek en ERD) Aof-premie betalen, wordt de last, aldus de overheid, zo eerlijker verdeeld. 
  1. Eigenrisicodragers WGA en betaling voorschotten
    Als een werknemer een voorschot van UWV krijgt terwijl de werkgever eigenrisicodrager voor de WGA is, zal het UWV de toegerekende voorschotten toerekenen aan en eventueel verhalen op de werkgever (eigenrisicodrager). Door de wijziging van de financiering van de voorschotten vanuit de Whk naar het Aof, hoeft dit niet meer. Omdat Aof-premie door zowel publiek als privaat verzekerde werkgevers wordt betaald, volgt er geen individuele verrekening van de voorschotten meer. 

    In bepaalde situaties kan het handig zijn als het voorschot dat UWV verstrekt, door de werkgever wordt betaald aan de werknemer. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de eigenrisicodrager op basis van de arbeidsovereenkomst een financiële aanvulling geeft op het voorschot of de werkgever het contact met de arbeidsongeschikte werknemer wil onderhouden. In het wetsvoorstel wordt deze mogelijkheid wettelijk verankerd. 

    Een eigenrisicodrager die gebruik maakt van deze bevoegdheid zal het voorschot op de WGA-uitkering namens UWV aan de verzekerde betalen. UWV blijft verantwoordelijk voor de vaststelling van het voorschot op de WGA-uitkering. Als bepaalde voorschotten onverschuldigd zijn gedaan, zal UWV de door de eigenrisicodrager betaalde voorschotten aan die eigenrisicodrager moeten vergoeden. Als een eigenrisicodrager besluit om niet zelf de voorschotten te willen verstrekken, dan zal UWV dat overnemen. 

Heb jij input? 
Heb jij vanuit jouw praktijkervaring aandachtspunten en inzichten op dit wetsvoorstel of zie je knelpunten en heb je suggesties om het te verbeteren? Laat het ons dan weten. Je kunt alle documenten en de volledige toelichting bekijken via deze link naar de internetconsultatie. 

We ontvangen je input graag voor maandag 10 november 2025 via info@adfiz.nl. Zo hebben wij voldoende tijd om alle reacties te bundelen in een reactie aan het ministerie. 

 

23 okt 2025