OCTAS overhandigt rapport over toekomst van het arbeidsongeschiktheidsstelsel

OCTAS overhandigt rapport over toekomst van het arbeidsongeschiktheidsstelsel

Donderdag 29 februari heeft de Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS) het eindrapport aan minister Karien van Gennip overhandigd. De commissie OCTAS is begin 2023 door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) opgericht om te adviseren over de toekomst van het Nederlandse arbeidsongeschiktheidsstelsel. In oktober 2023 heeft de commissie een probleemanalyse aan de Tweede Kamer gestuurd. 

In de probleemanalyse constateert OCTAS dat het arbeidsongeschiktheidsstelsel complex en lastig te begrijpen is. In plaats van dat werken loont, wat de insteek van het stelsel is, ziet OCTAS dat veel mensen werken juist als risico zien, als ze zich in een uitkeringssituatie bevinden. In het eindrapport Toekomst van het arbeidsongeschiktheidsstelsel geeft OCTAS drie oplossingsrichtingen voor een toekomstig arbeidsongeschiktheidsstelsel. Het rapport is hier te downloaden. 

Voorstel 1: Huidig stelsel beter 
In het eerste voorstel wordt het huidige stelsel op een aantal punten aangepast. De arbeidsongeschiktheidsdrempel wordt verlaagd van 35% naar 25%. Er komt één vervolguitkering, want het duurzaamheidscriterium wordt geschrapt. Het loon dat wordt gebruikt voor de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage wordt gemaximeerd op het maximum dagloon. 

De commissie stelt verbeteringen in de beoordelingsprocedure voor die eigenlijk nu al doorgevoerd kunnen worden. Denk aan het gebruiken van vooraf (zoveel mogelijk) ingevulde aanvraagformulieren, een gezamenlijk begrippenkader en de toepassing van eenvoudiger taalgebruik.  

Ook zelfstandigen worden in het voorstel van de commissie verplicht publiek verzekerd. Net als voor werknemers geldt voor zelfstandigen een wachttijd van twee jaar. Er komt geen optie om een private verzekering af te sluiten. Werkgevers behouden wel de optie om ervoor te kiezen om eigenrisicodrager te worden. “Op deze manier blijven UWV, private verzekeraars en eigenrisicodragers zonder private verzekering elkaar aanvullen. En dat draagt bij aan een zo effectief mogelijke re-integratie”, aldus OCTAS. 

Omdat dit voorstel uitgaat van een aanpassing van het huidige stelsel, lijkt dit het meest op de huidige situatie.  

Voorstel 2: Werk staat voorop 
Dit voorstel is geïnspireerd op de manier waarop Denemarken het arbeidsongeschiktheidsstelsel heeft ingericht. Het gaat uit van een re-integratieuitkering na afloop van de eerste twee jaar loondoorbetaling. De hoogte van deze re-integratieuitkering is gebaseerd op het oude loon.  In de periode van de re-integratieuitkering wordt de arbeidsongeschikte intensief begeleid door een re-integratiedienstverlener. De bedoeling is dat er duurzame arbeidsparticipatie wordt bereikt in de periode van de re-integratieuitkering. De duur van deze uitkering is afhankelijk van de re-integratiekansen en bedraagt 5 tot 7 jaar.  

Als re-integratie ondanks allerlei inspanningen niet haalbaar blijkt, kan een arbeidsongeschiktheidseinduitkering worden aangevraagd. Als de re-integratie wel geslaagd is, maar het inkomen wat wordt verdiend is substantieel en structureel lager dan het oude inkomen, dan komt de persoon in kwestie in aanmerking voor een gedeeltelijke AO-einduitkering. De arbeidsongeschiktheidseinduitkering komt overeen met de uitkering in voorstel 1, maar er geldt wel een arbeidsongeschiktheidsdrempel van 35%. Het stelsel geldt voor alle werkenden, dus zowel werknemers als zelfstandigen. Dit stelsel wordt volledig publiek uitgevoerd, zowel als het gaat om re-integratiedienstverlening als het verstrekken van uitkeringen. 

Voorstel 3: Basis voor werkenden 
Het derde voorstel gaat uit van een stelsel voor alle werkenden en biedt mensen die door arbeidsongeschiktheid moeite hebben om een inkomen te verwerven een basisregeling om in het levensonderhoud te voorzien. De uitkering gaat in na een wachttijd van twee jaar en kent een arbeidsongeschiktheidsdrempel van 35%. De hoogte van de basisuitkering ligt op het niveau van het sociaal minimum, 70% van het wettelijk minimumloon. 

Voor werknemers geldt een verplichte aanvullende verzekering van 70% van het laatstverdiende loon, gemaximeerd op het maximum dagloon. Deze aanvullende verzekering wordt publiek uitgevoerd. Daarboven kunnen werknemers zich privaat aanvullend verzekeren. Voor zelfstandigen geldt geen verplichte aanvullende verzekering. Zij kunnen privaat een aanvullende verzekering afsluiten. 

De pogingen tot re-integratie worden ondersteund door een Regionaal Re-integratieloket (RRL) voor werkenden en werkgevers.  “Het RRL staat open voor iedereen die begeleiding nodig heeft bij gezond en veilig werken. […] Het RRL is ook een loket waar werkgevers hulp kunnen krijgen bij het re-integreren van hun werknemers of bij het aannemen van arbeidsbeperkten”, aldus het voorstel van OCTAS. De daadwerkelijke re-integratiedienstverlening wordt door het RRL ingekocht bij private partijen. 

Vervolg 
OCTAS heeft de financiële gevolgen van de voorstellen niet laten doorrekenen. Dat gaat het ministerie van SZW oppakken. Vervolgens wordt een dialoog opgestart met alle betrokken partijen om te bepalen hoe de toekomst van het arbeidsongeschiktheidsstelsel eruit moet komen te zien. Volgens minister van Gennip is het huidige arbeidsongeschiktheidsstelsel niet kapot, maar wel toe aan groot onderhoud. Het bepalen van wat dat grote onderhoud gaat worden gaat ongetwijfeld nog wel een behoorlijke tijd en wellicht zelfs verschillende kabinetten duren. 

OCTAS vraagt in het rapport aandacht voor wederzijds vertrouwen als uitgangspunt voor een toekomstig stelsel van arbeidsongeschiktheid. “Vertrouwen tussen mensen met een arbeidsbeperking, werkgever, professional en de overheid. Mensen moeten ruimte hebben om ‘fouten’ te maken en om deze te herstellen, zonder dat er meteen grote gevolgen aan vast zitten. […]  

De overheid moet daarnaast investeren in toezicht waarbij zij het perspectief van arbeidsbeperkten meeweegt en waarover zij begrijpelijk rapporteert. Mensen moeten weten bij wie ze terecht kunnen als het gaat over hun beoordeling, uitkering of re-integratie. Mensen moeten kunnen begrijpen wat hun rechten en plichten zijn. Uitvoerders moeten communiceren op een manier die voor iedereen te begrijpen is.”  

Dit is wat ons betreft een mooi uitgangspunt om te gebruiken voor de grote uitdaging om het arbeidsongeschiktheidsstelsel te verbeteren en eventueel opnieuw in te richten.