Maandcolumn - Schot voor de boeg

Maandcolumn - Schot voor de boeg

Eind vorige week presenteerde het Verbond de Solidariteitsmonitor 2021; het instrument waarmee ze in de gaten houden of veelvoorkomende verzekeringen makkelijk te sluiten zijn voor ‘de Nederlander’. Over deze Solidariteitsmonitor heb ik eerder al eens aangegeven dat het goed is dat de (on)verzekerbaarheid van risico’s onderzocht wordt. En dat ik dat initiatief van het Verbond dan ook van harte toejuich en graag met ze mee blijf denken en ze van input wil voorzien. En zo sta ik er nog steeds in.  

Inzoomend op de Solidariteitsmonitor 2021 valt op dat de premiedifferentiatie voor de ene groep verzekeringen (WA, inboedel en AVP) dit jaar is toegenomen en voor een andere groep verzekeringen (opstal en ORV) is afgenomen, zij het lichtjes, in beide gevallen. Of dat betekent dat de verzekerbaarheid van bepaalde groepen mensen daarmee is verslechterd, is voor het Verbond niet eenduidig. Wel zien ze ten opzichte van de nulmeting in 2017 dat het ‘niet is uitgesloten dat er sprake is van een toenemende premiedifferentiatie'. Dat kan te maken hebben met de toegenomen inzet van data door verzekeraars, maar ook door toegenomen concurrentie; dat hebben ze niet uitgezocht. Maar als het echt uit de klauwen gaat lopen, gaan ze dat alsnog uitzoeken, zo schrijven ze.  

Ik doe graag een schot voor de boeg; ik zei immers eerder al dat ik graag met het Verbond meedenk. Met de al enige tijd voortdurende consolidatie die ik in de verzekeraarsmarkt zie, is het evident dat marktwerking er niet de oorzaak van is. Blijft over de toegenomen inzet van data.  

Dat verzekeraars steeds vaker afgaan op (big) data, niet goed genoeg kijken naar het risico en dat daarmee het gevaar bestaat dat de solidariteit – het fundament onder de verzekeringssector – afneemt, lijkt me zonneklaar. En dat valt niet alleen mij op. Want vorige week – onderweg naar een afspraak, de autoradio afgestemd op BNR – kwam er een item voorbij waarin gesproken werd over de ‘ondoorgrondelijkheid die verzekeraars soms aan de dag leggen als het gaat om autoverzekeringen’. Aanleiding was een bericht in de Telegraaf over een 80-plusser die door zijn verzekeringsmaatschappij geweigerd was omdat zijn auto te groot en te krachtig zou zijn voor zijn leeftijd. Nu is het geen geheim dat het reactie- en adaptatievermogen - in zijn algemeenheid - achteruitgaat naarmate we ouder worden, maar de ene tachtiger is de andere niet. Zo'n weigering op basis van data, zonder moeite te doen om te zien wat voor vlees je in de kuip hebt? Ik snap het wel dat klanten daar niet blij van worden. 

Dit wetende, is in kaart brengen wat de oorzaak van premiedifferentiatie is misschien wel belangrijker dan de premiedifferentiatie zelf. Want dat een notoire hardrijder met een hogere premie wordt geconfronteerd dan een automobilist die zich keurig aan de regels houdt snappen we allemaal. Net zoals we allemaal begrijpen dat iemand die 50.000 kilometer per jaar rijdt meer premie betaalt, dan iemand die aan het einde van het jaar 10.000 kilometer op de teller heeft staan. In beide gevallen gaat het namelijk om keuzes die de verzekerde zelf maakt en die een eenduidige en directe relatie hebben met het risico. Maar dat is niet het geval in het voorbeeld van de 80-plusser. En ook niet bij de Heerlenaar die gemiddeld 27% meer premie voor een casco-dekking betaalt dan het gemiddelde in Nederland, zoals MoneyView eerder uitzocht. Uitzoeken hoe dit kan is ontzettend belangrijk. En als de Solidariteitsmonitor daar nu nog niet in voorziet, moet dat zo snel mogelijk worden toegevoegd.