Maandcolumn: Om het maar eens diplomatiek te zeggen

Nieuws
geplaatst op 2-9-2019  

Een kleine tien jaar geleden introduceerde het Verbond de Gedragscode Geïnformeerde verlenging. In eerste instantie voor particuliere verzekeringen, later ook voor zakelijke verzekeringen. De belangenvereniging gaf hiermee invulling aan de Wet Van Dam en kwam zo tegemoet aan de onvrede onder zowel particuliere als zakelijke klanten die steeds opnieuw voor één of meerdere jaren aan hun verzekeringen vast zaten. Sindsdien geldt na de initiële contractstermijn een opzegtermijn van één maand voor verzekeringen. Een goede stap en bovendien écht in het belang van de klant.

Maar zoals zo vaak blijkt de praktijk veelal weerbarstig te zijn. Als nieuwe producten, regels, diensten, werkwijzen etcetera eenmaal worden gebruikt of toegepast, komen na enige tijd hiaten of kinderziekten aan de oppervlakte. Daar is niets mis mee; het helpt ons juist verder, maar moet wel gerepareerd worden. Niet voor niets heeft het Verbond de Gedragscode voor particulieren begin dit jaar aangepast. Mogelijke kosten die de verzekeraar in rekening brengt bij het opzeggen van de verzekering moeten sindsdien al bij het sluiten van de verzekering helder worden gecommuniceerd. Particulieren worden zo niet meer verrast door onverwachte kosten als ze hun verzekering opzeggen.

Maar daarmee zijn we er nog niet. Want ook de Gedragscode voor zakelijke schade- en inkomensverzekeringen behoeft, wat mij betreft, aanpassing. En niet alleen wat mij betreft. Ik hoor al geruime tijd van veel adviseurs en hun zakelijke klanten dat ze zich ieder jaar opnieuw groen en geel ergeren aan de handelswijze van sommige verzekeraars als het einde van de contractstermijn nadert. Onder het mom van het versterken van de concurrentiepositie, het ‘pleasen’ van de aandeelhouders of voldoen aan de Solvency II richtlijnen wordt dit moment te vaak gebruikt om ‘lastige’ risico’s nog maar eens onder de loep te nemen. De klant krijgt dan een nieuw voorstel tegen uitgeklede voorwaarden of met forse premiestijgingen voor de kiezen.

Dat zou nog enigszins te billijken zijn als adviseur en klant hier – pak ‘m beet – drie à vier maanden op voorhand van op de hoogte worden gebracht. Zodat ze nog de tijd hebben om zich te oriënteren op een alternatief en goed kunnen vergelijken. Iets wat op zich al geen sinecure is in de huidige markt waar – onder andere door consolidatie – het aanbod flink onder druk staat. Echter, te vaak staan hier geen drie maanden voor, maar slechts één maand. En dan is het in de praktijk niets meer en niets minder dan een kwestie van ‘slikken of stikken’. Adviseur en klant worden dan voor het blok gezet: het aanbod accepteren of het risico lopen onverzekerd te zijn.

Naast solidariteit is de kern van verzekeren ook zekerheid bieden. Maar daar moet je als klant dan wel van op aan kunnen. Als je – na de initiële contractstermijn – als klant ieder jaar wordt geconfronteerd met een onzeker moment waarop een verzekeraar op het laatste moment de voorwaarden kan uitkleden of de premie kan verhogen, draagt dat niet bij aan het vertrouwen in de sector; om het maar eens diplomatiek te zeggen. Dergelijke praktijken moeten dus de wereld uit. De Gedragscode Geïnformeerde verlenging voor zakelijke verzekeringen dient zodanig aangepast te worden dat adviseur en klant voldoende tijd hebben om zich fatsoenlijk en gedegen te oriënteren op een alternatief. Dan hoeft de wetgever ook niet in te grijpen.

Categorien: Vereniging