Maandcolumn: De kop uit het zand halen

Nieuws
geplaatst op 1-10-2019  

Om te waarborgen dat een auto ook vele jaren na aanschaf nog steeds aan alle wettelijke veiligheids- en milieueisen voldoet, ben je verplicht om je auto te laten keuren. Hiermee wordt de onderhoudsstaat van je auto in kaart gebracht en komen noodzakelijke reparaties aan het licht. Dat de garagehouder betaald moet worden voor deze keuring, beschouwen we alom als vanzelfsprekend. 

Hoe anders is de werkelijkheid bij complexe financiële producten.  

We vinden het met z’n allen heel erg belangrijk dat het advies – voorafgaand aan het afsluiten van een complex product – goed en zorgvuldig is, voldoet aan normen en met allerlei waarborgen is omgeven om de klant te beschermen. En terecht. Maar is het product eenmaal gesloten, dan vinden we het als maatschappij kennelijk prima dat de klant aan zijn lot wordt overgelaten. Er is helemaal niets geregeld om te waarborgen dat de verzekering ook vele jaren na aanschaf nog steeds aan alle financiële (veiligheids)eisen voldoet. Een periodieke keuring van de verzekering is niet verplicht; noodzakelijke aanpassingen (reparaties) komen slechts aan het licht als de klant zelf besluit om er zijn adviseur naar te laten kijken. Of als er een abonnement is gesloten. Terwijl we allen weten dat gebeurtenissen zoals het wisselen van baan grote impact kunnen hebben op de financiële huishouding van de klant. Dáár niet naar kijken is de kop in het zand steken en kan tot risicovolle financiële situaties leiden.  

Hoho’, hoor ik consumentenorganisaties, toezichthouder en andere stakeholders nu al zeggen. ‘Voor adviseurs geldt een zorgplicht’. Ja, dat klopt. De Wft zorgplicht verplicht adviseurs ertoe de klant te informeren over wezenlijke wijzigingen in de informatie die bij het eerste advies of bemiddeling is verstrekt. Dat houdt in dat adviseurs klanten moeten informeren over zaken zoals gewijzigde fiscale regels. En sinds kort – aldus het Kifid – ook over tariefverlagingen van concurrerende producten. Wat ik daarvan vind, is voer voor een andere column. En voor de Commissie van Beroep van het klachteninstituut.   

Maar, Wft zorgplicht gaat over informatieverstrekking. Van adviseur richting klant. Daarmee is niet geborgd dat de klant zijn adviseur op de hoogte brengt van wezenlijke veranderingen in zijn financiële situatie. En dat doet hij dan ook niet: hij weet het niet, het interesseert hem niet en hij heeft geen idee van de consequenties! Vind je het gek dat hij er niet voor wil betalen?   

Het wordt onderhand eens tijd dat we met z’n allen inzien dat we op zoek moeten naar andere manieren om ervoor te zorgen dat 1) de klant zijn hypotheek, oude dag of aov periodiek laat checken en 2) de adviseur betaald wordt voor dit periodieke onderhoud. Met andere woorden: dat we onze kop nu eens eindelijk uit het zand halen! Want, het draait niet om adviseurs die niet willen, maar om klanten die niet willen. Willen we de klant in de toekomst een hoop financiële sores besparen, dan moet de adviseur aan de bak. En net zoals de garagehouder betaald moet worden voor de APK, moet de adviseur betaald worden voor zo'n periodieke check.   

Bijvoorbeeld door in de premie van complexe producten een bedrag voor periodiek onderhoud van de verzekering te verdisconteren. Een bedrag waarvoor de adviseur ongevraagd eens in de zoveel tijd de onderhoudsstaat van de verzekering van zijn klant keurt. Uit die keuring kan dan blijken of de verzekering nog steeds aansluit bij de financiële situatie van de klant of dat een ‘reparatie’ noodzakelijk is. En zo komt er ruimte voor ongevraagd advies. 

Categorien: Vereniging