Maandcolumn: De cirkel is rond

Maandcolumn: De cirkel is rond

Onlangs presenteerde KPMG de resultaten van een groots opgezet onderzoek (Commission-based remuneration vs. fee-based remuneration: is there a better model for retail investors?) naar de kosten en toegankelijkheid van vermogensadvies onder een fee-systeem versus dat van een commissiesysteem. Een onderzoek waarbij de situaties in Italië, Frankrijk, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Nederland onder de loep zijn gelegd en met elkaar werden vergeleken. Twee interessante en kraakheldere conclusies uit dat onderzoek waren dat:

  1. een commissieverbod een advieskloof creëert omdat consumenten niet langer de boodschap ontvangen over de noodzaak om aan vermogensopbouw te doen, en
  2. een fee-systeem voor veruit de meeste consumenten duurder uitpakt en vaak ook niet uit kan door de relatief lage maandelijkse inleg.

In weerwil van de conclusies die getrokken hadden moeten worden uit de evaluatie van het provisieverbod weten u en ik al lang dat er een advieskloof is in Nederland; niet alleen bij vermogensadvies. En dat die advieskloof met het jaar toeneemt en intensiveert. Want veel te veel consumenten mijden professioneel en deskundig advies. Of dat nu is omdat ze het niet willen of kunnen betalen, de waarde ervan niet inzien of omdat hen verteld wordt dat ze het zelf kunnen; ze mijden het. En dat is schadelijk. Het tast namelijk de financiële (en daarmee ook lichamelijke en psychische) weerbaarheid van mensen aan.

De suggestie na de evaluatie van het provisieverbod dat het mijden van advies kan worden opgelost met een 'beter verhaal’ over de waarde van advies is te kort door de bocht. Natuurlijk, een beter verhaal over de waarde van advies is altijd goed, maar het gaat de groeiende groep consumenten die advies mijden uit kostenoverwegingen niet in beweging zetten. Vraag dat maar aan een willekeurige adviseur. Want die ervaren aan den lijve dat steeds meer zzp’ers afzien van een aov, dat er steeds minder overlijdensrisicoverzekeringen worden afgesloten en dat het aantal huizenbezitters dat een woonlastenbeschermer afsluit hard achteruit holt.

Die tendens zien we ook als het gaat om onderhoud. Het wordt breed onderkend dat een gebrek aan onderhoud op financiële producten (of beter: de persoonlijke financiële situatie) de consument schade berokkent. Ik juich het dan ook toe dat de AFM onlangs heeft aangekondigd in gesprek te willen gaan met financiële ondernemingen om te kijken hoe zij klanten ook na het afsluiten van een product of dienst kunnen blijven ondersteunen. Daarnaast willen ze de dialoog aangaan met de sector om te onderzoeken hoe consumenten gestimuleerd kunnen worden om periodiek aandacht te geven aan het onderhoud van hun financiële situatie. Dat zijn stuk voor stuk goede initiatieven, maar ze gaan voorbij aan de vraag hoe dat onderhoud te financieren als een consument er niet vooraf apart voor wil betalen. Terwijl daar nu juist het pijnpunt zit.

Ik vraag me daarom af of deze exercities wel de gewenste zoden aan de dijk zullen zetten. Gaan deze het tij nu echt keren? Ik vraag het me – oprecht – af. Ik denk dat het nu onderhand eens tijd is voor doen. Of – zoals Roger van der Linden tijdens zijn nieuwjaarsspeech treffend zei – de echte actie. Want de oplossing voor de financiering van het onderhoud ligt binnen handbereik: via het product. Maar het lijkt alsof we die oplossing – uit angst voor het verleden? – niet willen zien. En dat is eigenlijk best wel vreemd. Want dat aanbieders het onderhoud financieren vanuit het product staan we wel toe. Maar mogelijk maken dat een onafhankelijk adviseur – die de hele financiële situatie van zijn klant in ogenschouw neemt – het onderhoud financiert vanuit het product was tot nog toe kennelijk een brug te ver. Gelukkig hebben we nu een goed, breed opgezet, vergelijkend, Europees onderzoek dat aantoont dat het ook nog goedkoper is voor de klant. Hiermee is de cirkel rond en kunnen we eindelijk gaan doen wat goed is voor de klant.