Koolmees beantwoordt Kamervragen over nieuwe pensioenstelsel

Nieuws
geplaatst op 6-7-2021  

Minister Koolmees verduidelijkt in antwoorden op schriftelijke vragen van de Tweede Kamer dat het nieuwe wetsvoorstel naar verwachting begin 2022 in zijn geheel naar de Tweede Kamer wordt gezonden. Het streven is dat het wetsvoorstel uiterlijk per 1-1-2023 in werking kan treden. Voor zover het voor bepaalde onderdelen wenselijk en mogelijk is, worden in het wetsvoorstel verschillende data opgenomen voor de inwerkingtreding. De minister benadrukt dat deze data alleen van toepassing kunnen zijn als het parlement heeft ingestemd met het totale wetsvoorstel.  

De minister geeft eveneens aan dat de fiscale verruiming van de derde pensioenpijler nauw samenhangt met de totale herziening van het stelsel. Een apart wetstraject hiervoor is niet wenselijk. 

Nabestaandenpensioen 
In antwoorden op vragen over het nabestaandenpensioen geeft de minister aan dat op dit moment kwalitatief onderzoek wordt gedaan naar meer maatwerk in het nabestaandenpensioen. Hij benadrukt daarbij dat er geen versobering van het nabestaandenpensioen wordt beoogd, maar extra druk op de premie eveneens ongewenst is. Het nieuwe fiscale kader voor het nabestaandenpensioen is erop gericht dat in de toekomst een adequaat nabestaandenpensioen kan worden overeengekomen. 

Uiterste transitiedatum 
Als uiterste datum waarop de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel voltooid moet zijn is 1 januari 2027. De transitie kan op een eigen door partijen gekozen moment plaatsvinden tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2027. Met een transitieperiode van 4 jaar (2023 – 2027) is er volgens de minister voldoende ruimte voor maatwerkoplossingen voor pensioencontracten bij verzekeraars.

Categorien: Pensioenen