Box 3-heffing door Hoge Raad weer als ‘discriminerend’ beoordeeld

Box 3-heffing door Hoge Raad weer als ‘discriminerend’ beoordeeld

In het ‘kerstarrest’ van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan in een massale bezwaarprocedure over de belastingheffing van box 3 over de jaren 2017 en 2018. Kern van de uitspraak was dat de box 3 belasting niet op basis van de forfaits geheven mag worden maar op basis van het werkelijke rendement. Naar aanleiding van het kerstarrest kwam toenmalig staatssecretaris Van Rij van het ministerie van Financiën met herstel- en overbruggingswetgeving rondom belastingheffing box 3, totdat de belastingwetgeving definitief is aangepast.  

De overbruggingswetging gaat echter nog steeds uit van forfaitaire rendementen. Voor beleggingen wordt er gerekend met een verwacht rendement, zonder dat wordt gekeken of de belegger offensief of defensief belegt. Het forfaitaire rendement waarmee wordt gerekend is voor defensieve beleggers veel hoger dan het werkelijke rendement wat zij over het algemeen behalen op hun beleggingen. In oktober 2022 heeft Adfiz dit met een aantal coalitiegenoten aangekaart bij het ministerie van Financiën. 

De Hoge Raad heeft in een uitspraak geconstateerd dat de overbruggingswetgeving nog steeds in strijd is met het discriminatieverbod, “in gevallen waarin het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement. Het maakt daarvoor niet uit hoe groot het verschil is tussen het forfaitair bepaalde rendement en het werkelijke rendement.” 

Dit wordt door de Hoge Raad toegelicht: “Het forfaitaire rendement daarvan wordt onder de Herstelwet namelijk op dezelfde wijze berekend als onder het oorspronkelijke stelsel. Daarmee blijft voor alle andere bezittingen dan banktegoeden onverminderd het probleem bestaan dat voor de Hoge Raad in de uitspraak van 24 december 2021 een reden was om een inbreuk op verdragsrecht aan te nemen, namelijk dat een relatief ongelijke behandeling optreedt binnen de groep van deze belastingplichtigen, al naar gelang zij meer of minder succesvol zijn met hun beleggingen. Dit is een ongelijkheid die zich binnen deze groep van beleggers in betekenende mate voordoet, aangezien individuele afwijkingen ten opzichte van het gemiddelde rendement bij beleggingen waarop risico wordt gelopen per definitie optreden en bovendien aanzienlijk kunnen zijn. Aldus treedt ook in de nieuwe berekening onder de Herstelwet een aanmerkelijk verschil in behandeling op tussen succesvolle en minder succesvolle beleggers.” 

De Hoge Raad geeft aan dat de belasting in box 3 alleen geheven mag worden over het werkelijk rendement. Maar het is de belastingplichtige die moet aantonen dat het werkelijke behaalde rendement lager is dan het forfaitaire rendement.