Ga naar hoofdinhoud

Belastingdienst publiceert memo over de fiscale gevolgen niet tijdig aanpassen pensioenregeling aan de Wtp

belastingdienst.png

De Belastingdienst heeft vorige week een belangrijk memo gepubliceerd over de fiscale gevolgen van het niet tijdig aanpassen van een pensioenregeling aan de Wet toekomst pensioenen. Bij een niet tijdige aanpassing (vóór 1-1-2028) wordt de regeling fiscaal onzuiver. Dit heeft doorgaans grote fiscale gevolgen. In het memo schetst de Belastingdienst de fiscale gevolgen bij onzuiverheid voor de werkgever, de werknemer en de pensioenuitvoerder.

Werknemer (opgebouwde aanspraken)
Voor de werknemer worden bij onzuiverheid van een pensioenregeling alle pensioenaanspraken die gedurende de looptijd van de regeling zijn opgebouwd aangemerkt als loon. Deze opgebouwde aanspraken worden belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. Omdat pensioenpremies niet langer vallen onder de vrijstelling van de omkeerregel, worden deze belast als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Daarnaast is de werknemer over de waarde van de opgebouwde aanspraak ook revisierente verschuldigd. De hoogte hiervan is (maximaal) 20% van de waarde van de pensioenaanspraak.

Werknemer (toekomstige aanspraken)
De werkgeversbijdrage en eventueel werknemersbijdrage worden voortaan belast als loon. Ook al ontvangt de werknemer het hogere loon niet daadwerkelijk; wel wordt hierover loonheffing ingehouden. Nadat de pensioenaanspraak tot het belaste loon is gerekend, telt de waarde ervan vervolgens mee als vermogensbestanddeel in box 3.

Werkgever (opgebouwde aanspraken)
Voor de werkgever geldt dat, ook al is de pensioenregeling fiscaal onzuiver geworden, hij in principe niet kan besluiten om de regeling stop te zetten. De werkgever en werknemer zijn immers samen arbeidsvoorwaardelijk een pensioenregeling overeengekomen. Voor een wijziging op dit punt is instemming van de werknemer en/of overlegorganen (OR) nodig.

Werkgever (toekomstige aanspraken)
Het is aannemelijk dat de pensioenuitvoerder een niet tijdig aangepaste pensioenregeling opzegt. Er is in deze situatie nog steeds sprake van een pensioenregeling die moet worden nagekomen door de werkgever. De werkgever kan niet langer voldoen aan de onderbrengingsplicht bij een uitvoerder en loopt een financieel risico; een bestuurlijke boete, risico aanspraak op betalen uitkering in geval van arbeidsongeschiktheidspensioen of nabestaandenpensioen. De werkgever is verantwoordelijk voor de afdracht van de loonheffingen over toekomstige pensioenpremies en eigen bijdragen.

Pensioenuitvoerder (opgebouwde aanspraken)
De pensioenuitvoerder is de partij die in geval van een onzuivere regeling de verschuldigde loonheffing moet inhouden en afdragen aan de Belastingdienst. Daarnaast is de pensioenuitvoerder aansprakelijk voor de revisierente. Dit betekent als de werknemer de verschuldigde revisierente niet opgeeft bij de aangifte inkomstenbelasting of niet betaalt, de Belastingdienst de pensioenuitvoerder aansprakelijk kan stellen. De pensioenuitvoerder is ook verplicht de netto-aanspraak jaarlijks te renseigneren aan de Belastingdienst als de waarde in box 3 is gaan vallen.

Pensioenuitvoerder (toekomstige aanspraken)
Het is niet aannemelijk dat een uitvoerder een regeling uitvoert die niet voldoet aan de Pensioenwet. Toekomstige pensioenopbouw kan niet meer plaatsvinden bij de uitvoerder. Als de pensioenuitvoerder de uitvoering van de regeling beëindigt, betekent niet dat de pensioenregeling zelf eindigt. Het voorkomt niet het onzuiver worden van de regeling.

Het memo is opgesteld in samenwerking met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 

Webinar Adfiz-Belastingdienst 25 november 2025
Op 25 november 2025 (11.00 – 12.00 uur) organiseren wij een webinar over dit belangrijke onderwerp met de Belastingdienst. Binnenkort volgt hiervoor een uitnodiging.