Assurantiebelasting

Assurantiebelasting is een belasting die over bepaalde verzekeringen moet worden afgedragen aan de Belastingdienst. De belasting moet worden afgedragen over de verzekeringspremie. Brengt een verzekeraar of bemiddelaar de vergoeding voor diensten die samenhangen met de verzekering apart in rekening? Dan moet ook daarover assurantiebelasting worden afgedragen.  

In dit kennisdossier behandelen we de volgende 4 vragen:

In de fiscale wetgeving is een rangorde vastgelegd wie assurantiebelasting moet afdragen aan de Belastingdienst. Deze volgorde is:

  • een aangewezen bemiddelaar,
  • een gevolmachtigd agent,
  • een bemiddelaar die een vergoeding ontvangt van een ander dan de verzekeraar in Nederland,
  • een verzekeraar die in Nederland is gevestigd,
  • de wettelijk vertegenwoordiger in Nederland van een buitenlandse verzekeraar,
  • een bemiddelaar die in Nederland bemiddelt voor een verzekeraar die niet in Nederland is gevestigd,
  • een fiscaal vertegenwoordiger in Nederland van een verzekeraar in een EU-land,
  • een verzekeraar in een EU-land die geen fiscaal vertegenwoordiger in Nederland heeft,
  • een verzekeringnemer, als er geen andere belastingplichtige voor de assurantiebelasting is.

Aangewezen bemiddelaar
De Belastingdienst is namens de Minister van Financiën bevoegd om een bemiddelaar die beschikt over een Wft-vergunning, als belastingplichtige aan te wijzen voor de assurantiebelasting. Op deze manier kan de afdracht praktisch geregeld worden voor volmacht- en beurspolissen. De Belastingdienst mag de aanwijzing ook intrekken of wijzigen.

Wil je zelf het initiatief nemen om aangewezen te worden als bemiddelaar, dan kun je je verzoek richten aan:
Belastingdienst/kantoor Arnhem
Assurantiebelasting
Postbus 9007
6800 DJ

Een overzicht van alle aangewezen bemiddelaars vind je hier.

Gevolmachtigd agent
In de standaardovereenkomst (VSV) van NVGA, die door de meeste verzekeraars en volmachten wordt gevolgd, staat dat:

  • verzekeraar en volmacht overeenkomen dat de volmacht de assurantiebelasting incasseert en afdraagt aan de Belastingdienst,
  • de volmacht de verzekeraar vrijwaart voor de gevolgen van het niet nakomen daarvan.

Bemiddelaar als belastingplichtige
Sinds het provisieverbod komt het steeds vaker voor dat de bemiddelaar belastingplichtige is (ook al is hij niet aangewezen). Het provisieverbod mag dan wel geen betrekking op schadeverzekeringen, het zette wel een beweging in gang waardoor nu ook bij schadeverzekeringen (delen van) de vergoeding vaker direct door de klant wordt betaald.

Sinds de opkomst van directe vergoeding door de klant kan de situatie veranderd zijn:

  • Ontvang je nog steeds provisie voor niet-vrijgestelde schadeverzekeringen, dan verandert er niets; de verzekeraar zorgt voor de aangifte en afdracht over de premie inclusief provisie.
  • Ontvang je van een andere partij dan de aanbieder een beloning gerelateerd aan diensten voor niet-vrijgestelde schadeverzekeringen (bijvoorbeeld een fee voor advies en/of een directe beloning vanuit een serviceabonnement), dan ben jij belastingplichtig en verantwoordelijk voor aangifte en afdracht.
  • Ontvang je zowel provisie van de aanbieder als een aanvullende beloning van de klant, dan moet je in principe assurantiebelasting afdragen over de aanvullende beloning. Echter, omdat systemen daar nog niet op zijn ingericht, accepteert de Belastingdienst het op dit moment dat je dat niet doet. Per 1 januari 2022 verandert dit en ben je verplicht om ook over de aanvullende vergoeding die je naast de provisie ontvangt, assurantiebelasting af te dragen.

Je bent belastingplichtig voor bepaalde verzekeringen en daarmee samenhangende diensten waarvan het risico zich in Nederland bevindt.

Heffingsmaatstaf
Assurantiebelasting moet je voor niet-vrijgestelde schadeverzekeringen afdragen over de verzekeringspremie én over de vergoeding voor diensten die samenhangen met de verzekering. Denk hier bijvoorbeeld aan diensten die jij als bemiddelaar levert (advies- en bemiddelingsdienstverlening). De belasting is verschuldigd op het moment dat:

  • de premie opeisbaar is (onder premie te verstaan: elk bedrag dat eenmalig of periodiek in rekening wordt gebracht, waaronder ook de provisie die deel uitmaakt van de premie en polis- en administratiekosten), of
  • een fee of servicevergoeding in rekening wordt gebracht.

Vrijgestelde verzekeringen
Niet over alle verzekeringen moet assurantiebelasting worden betaald; een groot aantal verzekeringen is vrijgesteld:

  • levensverzekeringen (risicoverzekering, uitvaartverzekering, pensioenverzekering);
  • ongevallen-, invaliditeits- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen;
  • ziekte- en ziektekostenverzekeringen;
  • werkloosheidsverzekeringen;
  • verzekeringen van zeeschepen (behalve pleziervaartuigen) en luchtvaartuigen die bedoeld zijn als openbaar vervoermiddel in het internationale verkeer (dus geen privévliegtuig);
  • transportverzekeringen;
  • herverzekeringen;
  • exportkredietverzekeringen;
  • WIA-eigenrisicodragersverzekeringen;
  • brede weersverzekering;
  • reisverzekering (gedeeltelijk)

Samengestelde verzekeringen
Een samengestelde verzekering is een verzekering (of samenstel van verzekeringen) die dekking biedt tegen verschillende op zichzelf staande risico’s, tegen betaling van één premie. Is hier sprake van, dan geldt vrijstelling van assurantiebelasting voor het deel dat betrekking heeft op de vrijgestelde verzekering.

Voorbeeld 1: reisverzekering
Als een reisverzekering meerdere verzekeringen bevat, geldt de vrijstelling voor het premiedeel dat behoort bij de vrijgestelde verzekering. Zie hieronder het overzicht van belaste en vrijgestelde verzekeringen binnen een reisverzekering:

Belaste verzekeringen

Vrijgestelde verzekeringen

annuleringsdekking

dekking voor bagage, geld en sportuitrusting (transportverzekering)

autopechhulp inclusief gerelateerde dekkingen

geneeskundige kosten (ziekte- en zorgverzekering)

rechtsbijstanddekking

ongevallendekking (ongevallenverzekering)

dekking voor diergeneeskundige kosten

 


Meer informatie over reisverzekeringen en assurantiebelasting vind je op de site van de Belastingdienst.

Voorbeeld 2: transportverzekering
Soms is het mogelijk om een bijkomende verzekering af te sluiten bij een bepaalde verzekering. Bijvoorbeeld een berovingsverzekering bij een transportverzekering. Als de bijkomende verzekering niet valt onder de vrijstelling van assurantiebelasting (zoals een berovingsverzekering), dan moet de premie worden gesplitst in een belast deel en een vrijgesteld deel.

De hoogte van de assurantiebelasting is op dit moment 21 %. Voor de berekening van de afdracht over niet-vrijgestelde verzekeringen zal dit geen problemen opleveren. Dat is anders in het geval de afdracht moet worden berekend over een fee of servicevergoeding. Deze heeft namelijk meestal betrekking op verschillende producten c.q. verzekeringen waardoor het bedrag aan verschuldigde assurantiebelasting niet altijd eenvoudig is te berekenen.

Manieren van toerekening
Het is niet per se nodig om per aparte dienst de verschuldigde assurantiebelasting te berekenen. In plaats van individuele toerekening mag de verschuldigde assurantiebelasting ook op klant- of kantoorniveau berekend worden. Assurantiebelasting kun je dus op drie verschillende manieren toerekenen:

  • individuele toerekening: afdracht per activiteit
  • forfaitaire toerekening op klantniveau (o.b.v. aantallen of premievolume)
  • forfaitaire toerekening op kantoorniveau (o.b.v. aantallen of premievolume)

Het hangt af van je bedrijfsmodel, de inrichting van het beloningssysteem en de wijze van administratie welke toerekeningwijze voor jou de beste is. Je mag de methodes naast elkaar gebruiken op voorwaarde dat er sprake is van een bestendige gedragslijn.

Voorbeeld
Je kunt bij fee’s voor toerekening op klantniveau kiezen en bij serviceabonnementen toerekening op kantoorniveau hanteren. Je kunt ook onderscheid maken in de toerekening tussen bepaalde klantsegmenten, bijvoorbeeld zakelijk en particulier.

Meer informatie over de manieren van toerekening vind je op de site van de Belastingdienst. Daarnaast is het mogelijk om je vragen hierover schriftelijk voor te leggen aan:
Belastingdienst/kantoor Amsterdam
Unit Individueel 3
Postbus 58944
1040 EE Amsterdam

Wil je voor de eerste keer assurantiebelasting afdragen, dan moet je je eerst registeren bij de Belastingdienst. Dat doe je via het formulier Registratie assurantiebelasting. Op basis hiervan bepaalt de Belastingdienst of je belastingplichtig bent. Is dat het geval dan kun je aangifte doen met het formulier Aangifte Assurantiebelasting.

De praktijk
In onderstaande situaties hoef je als bemiddelaar geen assurantiebelasting af te dragen:

  • Je ontvangt zowel provisie van de aanbieder als een aanvullende beloning van de klant: over de aanvullende beloning hoef je op dit moment geen assurantiebelasting af te dragen. Per 1 januari 2022 verandert dit en ben je verplicht om ook over de aanvullende vergoeding die je naast de provisie ontvangt, assurantiebelasting af te dragen.
  • Je ontvangt van een klant een vergoeding voor het geven van een second opinion.
  • Je ontvangt van een klant of voor een verzekering die niet tot je portefeuille behoort een vergoeding. Bijvoorbeeld bij ondersteuning bij schadeafhandeling voor een derde partij.
  • Je ontvangt van een klant een vergoeding voor het serviceabonnement dat is afgesloten voor bemiddeling en onderhoud van vrijgestelde verzekeringen. Bevat het abonnement ook dienstverlening die betrekking heeft op niet-vrijgestelde verzekeringen dan moet je een uitsplitsing maken over het deel van het abonnement waarover je wel of geen assurantiebelasting moet afgedragen.
  • Je berekent incassokosten door aan een klant die zijn premie niet tijdig heeft betaald.

[!] Let op: Het kan zijn dat je in deze situaties wel BTW moet afdragen.

Dit kennisdossier is mede gebaseerd op enkele brieven van de Belastingdienst:
- Brief april 2012: Gevolgen provisieverbod voor omzetbelasting en assurantiebelasting
- Brief december 2020: Vergoeding advieskosten en omzetbelasting/assurantiebelasting
- Bijlage 3 bij brief december 2020: Fiscale kaders assurantiebelasting