FIDIN en OVFD niet eens met visie AFM op passende provisie

Persberichten
geplaatst op 10-7-2009  

Federatie FIDIN en de OvFD stellen vast dat de discussies in de markt over de interpretatie van de voorlopige AFM-visie op passende beloning (de zogenoemde leidraad inducements) één ding duidelijk maken: de visie is uiterst complex en onwerkbaar. FIDIN en OvFD stellen dit naar aanleiding van het afrondende gesprek van marktpartijen met de AFM over de passende provisies.

Met de ‘leidraad inducements’ geeft de AFM guidance en verlaat daarmee het stelsel van open normen. De AFM legt daarmee ‘verplichtingen’ op aan het intermediair met betrekking tot procedures rond ‘passende provisie’ die FIDIN en OvFD veel te ver gaan.

De wetgever heeft ervoor gekozen om het inducementartikel van Mifid ook toe te passen bij complexe producten. Voor zover dat leidt tot uitbanning van excessieve provisies heeft dat de steun van FIDIN en OvFD. FIDIN en de OvFD kunnen zich echter niet vinden in de vorm waarin de AFM uitvoering geeft aan de open norm van de inducementregel.

Wij stellen vast dat de AFM van de financiële dienstverlener verwacht dat hij het beleid inzake provisie vastlegt in procedures en maatregelen. Hiermee gaat AFM in tegen haar eigen uitgangspunt, namelijk het geven van een leidraad of handvatten voor marktpartijen inzake het toepassen van de inducementcriteria, zonder hiermee nadere regels te stellen. De AFM dient te vermijden dat door het geven van aanwijzingen of “guidance” voor financiële dienstverleners administratieve lasten ontstaan. Naar de mening van FIDIN en de OvFD is het de eigen verantwoordelijkheid van een financiële dienstverlener om ervoor zorg te dragen dat de ontvangen provisie aan de inducementcriteria voldoet. Daarvoor hoeft een ondernemer geen procedure vast te leggen, mits hij zich maar realiseert dat verantwoorde provisie krachtens inducement tot zijn verantwoordelijkheid behoort.

FIDIN en OvFD vinden dat de positie die het dvd en de transparantie van dienstverlening en van beloning inmiddels innemen, onvoldoende tot hun recht komen bij de benadering door de AFM. Naar de mening van FIDN en OvFD plaatsen deze de inducementregel in een nieuw daglicht.
Ook willen FIDIN en OvFD niet dat hun leden verantwoording aan de aanbieders zouden moeten afleggen over hun werkzaamheden en de kosten daarvan, zoals de AFM in haar voorlopige visie voorstaat.
FIDIN en OvFD kijken in dit verband uit naar het Bgfo II, dat thans bij de Raad van State ligt, dat wellicht nog een heel ingrijpend effect zal hebben op de inducementregel.

Bijlage:

Officiële reactie van FIDIN en OvFD aan de AFM met betrekking tot de leidraad passende provisie.