DNB legt bom onder provisieverbod

Persberichten
geplaatst op 1-11-2010  

FIDIN laakt standpunt DNB, adviseur is geen doorgeefluik

Federatie FIDIN (Adfiz) is zeer teleurgesteld dat De Nederlandsche Bank (DNB) vasthoudt aan haar eerder ingenomen standpunt dat aspecten van schadebehandeling door het intermediair ten behoeve van zijn klant worden aangeduid als verzekeraaractiviteiten. Zoals bekend bepleit Minister De Jager een wettelijk provisieverbod op financieel advies. FIDIN (Adfiz) ondersteunt deze visie, mits voldaan wordt aan diverse belangrijke randvoorwaarden.

In de markt neemt het aantal intermediairs snel toe dat vooruit loopt op de zogenoemde nieuwe wereld. Velen bedienen zich/willen zich bedienen van een abonnementenvorm om de dienstverlening aan hun klanten vorm te geven. DNB legt nu een bom onder deze vorm van beloning. FIDIN(Adfiz) stelt dat dit standpunt van DNB de ontwikkelingen van een directe beloningsvorm door de klant ernstig frustreert. FIDIN (Adfiz) wil nu dat de wetgever met een oplossing moet komen om, bij de regeling van een provisieverbod, een oplossing te vinden voor dit door DNB opgeworpen probleem. Zoals bekend heeft Adfiz bij het aanbieden van haar voorstel de provisie op financiële producten af te schaffen nadrukkelijk aandacht gevraagd voor dit aspect van een abonnement.

DNB heeft zich gebogen over de vraag of het aanbieden van een serviceabonnement - dat mede voorziet in het opkomen voor de klant bij schade - toegestaan is. Volgens DNB kwalificeert een dergelijk serviceabonnement niet als een verzekering zolang de adviseur zich beperkt tot administratieve handelingen bij een schade, maar verder níet opkomt voor de belangen van zijn klant. Zodra de adviseur wél opkomt voor de belangen van zijn klant en namens deze bijvoorbeeld een dekkingsafwijzing of hoogte van de uitkering aanvecht, kwalificeert het abonnement als een verzekering en handelt de adviseur in strijd met de wet, tenzij hij over een vergunning voor een verzekeraar beschikt. Hiermee reduceert DNB de taak van de tussenpersoon tot het fungeren als een doorgeefluik; een miskenning van de noodzaak dat juist een tussenpersoon aan zijn klant een goede en volledige service dient te bieden.

In de praktijk is immers opkomen voor de belangen van de klant, vooral op het aspect van assistentie bij schadeafwikkeling, een kerntaak van de adviseur. Tot heden werd hij voor deze activiteit veelal beloond via de provisie. FIDIN(Adfiz) vindt het onbegrijpelijk dat de DNB in dat geval geen aanleiding ziet de activiteit tot een verzekeraaractiviteit te benoemen, maar wel als de klant daarvoor via een abonnement betaalt. FIDIN(Adfiz) wijst erop dat in het grootzakelijke schadeverzekeringsegment in toenemende mate sprake is van dienstverlening op basis van een vaste beloning (fee of honorarium) waarbij de makelaar zich verplicht tot vergelijkbare service als door de DNB aangeduid als  verzekeraaractiviteiten. Het is niet goed denkbaar dat deze praktijk van jaren op de helling moet.

FIDIN(Adfiz) heeft grote zorgen om de interpretatie van de DNB. FIDIN baseert haar standpunt op artikel 1.1 Wft* en verder op Europese richtlijn (IMD I) die nadrukkelijk stelt dat in het bijzonder het assisteren in geval van schade tot de verzekeringsbemiddeling behoort. FIDIN heeft zich tevens laten adviseren door diverse juristen, onder wie hoogleraar verzekeringsrecht prof. mr. J.G.C. Kamphuisen, een onbetwist deskundige op dit terrein, die het standpunt van de DNB zeer gemotiveerd verwerpt. FIDIN(Adfiz) wijst tevens op de publicatie in het VB van oktober van Mr Sjoerd Meijer, waarin deze de opvattingen van de DNB aanvecht.

Eind vorige maand heeft Adfiz haar ‘Visie op een andere wijze van belonen van de financieel adviseur’ aan minister De Jager overhandigd. In het kort komt de visie erop neer dat voor schade- en zorgverzekeringen (Verzekeringsadvies) provisie blijft bestaan als wijze van beloning, maar dat –onder voorwaarden - provisie voor advisering van complexe producten (Financieel Advies) wordt verboden. Minister de Jager heeft deze voorstellen in zijn brief over de evaluatie van de provisieregels aan de Tweede Kamer grotendeels overgenomen. Door de opstelling van DNB valt nu een belangrijke vorm van directe betaling door de klant weg: namelijk via een abonnement. Volgens FIDIN kan er geen sprake zijn van enig provisieverbod zonder dat de abonnementsbeloning volledig is toegestaan. De stellingname van de DNB is derhalve niet in het belang van de klant, noch in het licht van het centraal stellen van de klant.

* “alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een verzekering tussen een cliënt en een verzekeraar of op het assisteren bij het beheer en de uitvoering van een verzekering;”