Boer zoekt ruzie?

Persberichten
geplaatst op 17-2-2011  

Anno 2011 nog weinig van klantbelang begrepen

De dinsdag door de directeur van het Verbond van Verzekeraars Leo de Boer gehouden speech op het Hypotheken Event heeft in de Telegraaf en in de vakpers geleid tot ‘nieuws’ en doet hier en daar de gemoederen weer oplaaien. Begrijpelijk, maar onnodig, want De Boer heeft niets nieuws verteld. Over de onderwerpen die De Boer aansnijdt heeft ook Adfiz een mening, en ook die is geen nieuws meer, want inmiddels breed uitgedragen bij onder meer het ministerie van Financiën. Niettemin wil Adfiz erop wijzen dat uit de woorden van De Boer klip-en-klaar blijkt dat de verzekeraars een nogal eigenzinnige kijk op het klantbelang hebben. Daarmee zoekt hij ruzie met de klant, en dus met diens belangenbehartiger, de onafhankelijk financieel adviseur.

De toezichtseuro kan maar één keer uitgegeven worden. De Boer wil die besteden aan harde transparantie in een goed functionerende schademarkt, maar het klantbelang vraagt veeleer om transparantie van complexe financiële producten. Het feit dat verschillen in de hoogte van productmarges leiden tot verkoopgedreven gedrag bij aanbieders biedt daartoe voldoende reden. Maar als je ook kijkt naar de discussie over de hoogte van de rentemarge bij hypotheken of de ontstaansgeschiedenis van het beleggingsverzekeringsdossier, is transparantie alleen niet eens voldoende en is het klantbelang ook gediend met een vorm van wettelijk toezicht op producten en de kosten die daaraan toegerekend worden.

Deze noodzaak wordt ook door de AFM actief uitgedragen. Zij “zien namelijk nog steeds voorbeelden van producten waar het belang van de klant niet centraal staat". Het gaat daarbij bijvoorbeeld om producten die gebaseerd zijn op prijsdiscriminatie tussen bestaande en nieuwe klanten of producten die onnodig complex of duur zijn. Als we dat afzetten tegen een goed functionerende schademarkt is het vanuit klantbelang onbegrijpelijk waarom het Verbond zich verzet tegen meer transparantie en toezicht bij deze producten.

Duidelijk is ook dat De Boer weinig belang hecht aan de toegankelijkheid en betaalbaarheid van onafhankelijk advies, getuige het gemak waarmee zowel de efficiencyvergoeding als de gespreide betaling worden afgewezen. De klant is niet gebaat bij hoge incassokosten, die het logische gevolg zijn van de door verzekeraars geadviseerde gang naar externe incassobureaus en factoringmaatschappijen.

De weerstand van De Boer tegen een forse inperking van execution only past in datzelfde beeld dat verzekeraars aan de toegang tot financieel advies geen bijdrage willen leveren. Volgens De Boer betekent rolontvlechting dat er een speelveld van adviseurs en daarnaast een speelveld van financiële producten is. Als De Boer werkelijk bedoelt dat aanbieders zich moeten beperken tot ‘fabricage’ en bij directe verkoop aan de klant vrijwillig degraderen tot execution only en het échte advies voorbehouden is aan de onafhankelijk adviseur wil Adfiz die eenvoudige en overzichtelijke wereld wel toejuichen. Maar eerder lijkt sprake van mist, want hij vraagt zich even gemakkelijk af wat ons toch beweegt ons gelijkwaardig te stellen aan het verkoopadvies van bank of direct writer. Daarmee kent hij dus ook de aanbieder een adviesrol toe. Een verkoopadviesrol weliswaar, maar niettemin een adviesrol.

Aan die door De Boer gecreëerde rolverwarring verbindt hij de conclusie dat voor aanbieders heel andere regels mogen gelden dan voor adviseurs, zij spelen immers een ander spel. Een typisch geval van productmatig en dus ‘oud denken’. Wie vanuit de klant redeneert ziet vooral één markt met diverse loketten waar je met dezelfde behoefte kunt aankloppen. Voor de klant is er kortom maar één speelveld en daarom een dringende behoefte de diensten en prijs van de verschillende spelers op dat veld op een eerlijke manier met elkaar te vergelijken, voordat hij zijn vrije keuze uit het aanbod maakt. Het is Adfiz al met al een groot raadsel waar het Verbond het klantbelang in haar overwegingen is kwijtgeraakt.

Adfiz begrijpt de keuzes van het Verbond vanuit het producentbelang prima, maar meende uit het al ruim een jaar gepropageerde ‘klant centraal mantra’ op te mogen maken dat het producentbelang niet langer het primaat had. Helaas kan Adfiz thans niet anders concluderen dan dat het Verbond vindt dat de hele wereld het klantbelang moet dienen, maar dat ze de klant een slechte dienst bewijzen door zichzelf te ontzien.