Adfiz treedt op tegen inbreuk aanbieders in afspraken met klant

Persberichten
geplaatst op 3-1-2013  

Reaal en Nationale-Nederlanden willen voor de dienstverlening van het intermediair eenzijdig de provisiebeloning intrekken. Deze aanbieders handelen hiermee in strijd met de afspraken die zij zelf met het intermediair en de klant hebben gemaakt over de beloning voor de dienstverlening van de adviseur. Dit is vanuit het perspectief van de klant niet aanvaardbaar. De klant heeft met de adviseur (al of niet expliciet) afspraken gemaakt over zijn dienstverlening en de wijze waarop de klant de dienstverlener daarvoor beloont. De aanbieder hoort in principe niet in deze relatie te treden. Door dit eenzijdig wel te doen, dwingen zij klanten binnen korte tijd massaal nieuwe afspraken met hun adviseur te maken. Adfiz wil paal en perk stellen aan deze handelwijze van beide verzekeraars en bereidt daarom een civielrechtelijke procedure voor tegen deze maatschappijen.

Reaal heeft aangekondigd dat zij de lopende contracten van complexe bancaire spaarproducten in 2013 provisieloos gaat maken. Nationale Nederlanden heeft laten weten dat bij bepaalde wijzigingen op levensverzekeringen er volgens NN een nieuwe overeenkomst ontstaat. NN verbindt daaraan dat deze producten vanaf dat moment provisievrij worden gemaakt. Het geschil dat hiermee tussen klant en intermediair enerzijds en de aanbieder anderzijds is ontstaan, berust naar de mening van Adfiz (onder meer) op een ongeoorloofde eenzijdige wijziging van het contract dat de aanbieder met deze partijen heeft gesloten.

Beide aanbieders beroepen zich voor hun actie onterecht op het provisieverbod per 1 januari 2013. De wetgeving rond dit verbod kent immers eerbiedigende werking. De minister heeft deze eerbiedigende werking in de wet opgenomen om voor klanten rechtszekerheid te creëren en materiële wijzigingen in hun bestaande overeenkomsten te voorkomen. Bovendien heeft de minister aangegeven dat het versneld laten afrekenen van nog uitstaande provisieverplichtingen door aanbieders eerder aanleiding zal geven tot mogelijk ongewenste sturing dan het onder handhaving van de balansregel geleidelijk laten aflopen.

Het beëindigen van die eerbiedigende werking in een specifieke situatie zal daarom alleen het resultaat kunnen zijn van nieuwe afspraken over dienstverlening en beloning tussen de adviseur en zijn specifieke klant.