Wetsvoorstel naar Tweede Kamer voor minder snelle stijging AOW- en pensioenrichtleeftijd

Nieuws
geplaatst op 26-8-2020  

Recent is bij de Tweede Kamer het wetsvoorstel ingediend dat moet regelen dat de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd minder snel stijgen. Een minder snelle stijging is afgesproken in het pensioenakkoord.  

In het pensioenakkoord is afgesproken dat de koppeling tussen de stijging van levensverwachting en de AOW- en de pensioenrichtleeftijd wordt versoepeld. Nu is de koppeling nog 1:1 dit wordt 1:2/3.  Voor ieder jaar dat de levensverwachting boven de 65 jaar toeneemt, is er op grond van het wetsvoorstel geen stijging meer van een jaar maar van 8 maanden. De nieuwe koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting geldt vanaf 2026.   

De minister geeft in de toelichting op het wetsvoorstel aan dat als blijkt dat er zich een trendbreuk voordoet waarbij sprake is van een daling van de levensverwachting voor langere tijd (bijvoorbeeld door COVID-19) het wenselijk kan zijn om over te stappen naar een andere systematiek voor het bepalen van de AOW-leeftijd.  

Op dezelfde manier als bij de AOW-leeftijd wordt ook de pensioenrichtleeftijd aan de levensverwachting aangepast. Het wetsvoorstel bepaalt dat de pensioenrichtleeftijd alleen kan worden verhoogd. Vooralsnog blijft de pensioenrichtleeftijd 68 jaar. 

De pensioenrichtleeftijd is de pensioenleeftijd die in de belastingwetgeving is opgenomen. De pensioenrichtleeftijd is de rekengrootheid voor de bepaling van het maximaal op te bouwen pensioen binnen de tweede pensioenpijler (68 jaar sinds 2018). 

 

Categorien: Pensioenen