Maandcolumn: Financiële educatie

Maandcolumn: Financiële educatie

Niet zo heel lang geleden vroeg mijn bonusdochter me of ik haar wilde overhoren. De dag erop had ze een aardrijkskunde-toets. Uiteraard wilde ik dat. Het ging over grote rivieren, bergketens, wouden en woestijnen; dat soort onderwerpen. Superinteressante weetjes en kennis voor als ze later, ooit, backpackend aan de oever van de Amazone of de voet van de Himalaya staat. Dat ze er iets over weet, het immense ervan overziet en het kan plotten op de wereldkaart.

Maar, dan moet het er wel van komen; zo'n backpackreis naar een exotisch oord. Want zo'n verre reis vraagt om de nodige financiële middelen. Natuurlijk ondersteunen we haar waar dat kan, maar ze moet ook zelf inzien en ervaren wat het betekent om zo'n reis te willen maken; dat je een baantje moet zoeken, geld opzij moet zetten en goed bedenkt waar je je geld wel en niet aan uitgeeft. Met andere woorden: je moet de waarde van geld kennen en een financiële planning kunnen maken. Dát is de basis van het willen verwezenlijken van dergelijke dromen, nu en in de toekomst. En juist dát, die basis, daar leren ze helemaal niets over op school. Dat geloof je toch niet?!

Zeker als je bedenkt dat 16% van de Nederlanders aangeeft onvoldoende financiële opleiding te hebben gehad om dagelijkse geldzaken te regelen. En verkijk je niet op dat aantal van bijna 1 op de 6 consumenten; dat zijn de respondenten die het van zichzelf weten en daar tegenover de onderzoekers open voor uit kwamen. Ik weet zeker dat het werkelijke aantal hoger ligt. En dat vormt een potentieel groot risico in een land als het onze, waar van consumenten wordt verwacht dat ze zelf met lange termijn geldzaken aan de slag gaan. Maar waar slechts 1 op de 5 consumenten over alle competenties beschikt die nodig zijn voor financiële zelfredzaamheid op de lange termijn.

Die matige cijfers zijn ook terug te zien aan de plek die Nederland inneemt op de Europese financiële welzijnsbarometer van Intrum. Daarbij wordt gekeken naar zaken als op tijd de rekeningen kunnen betalen, financiële geletterdheid en sparen voor toekomstige uitgaven. Nederland neemt daarin de elfde plek. Daarmee moeten we landen als Tsjechië, Estland en Litouwen voor ons dulden. En dat is best vreemd voor een land dat op de vierde plek staat op de ranglijst van het World Economic Forum van best presterende economieën ter wereld (en daarmee het beste scoort in Europa). Een positie die we te danken hebben aan de uitstekende infrastructuur, hoogwaardige ICT-voorzieningen, stabiele overheidsbeleid en uitstekende gezondheidszorg. Wat mij betreft wordt het hoog tijd dat daar financiële educatie aan wordt toegevoegd.

Al jarenlang bepleit een keur aan instanties om financiële educatie structureel deel te laten uitmaken van het schoolcurriculum. Van het Nibud tot de Nederlandse Vereniging van Banken en van de Pensioenfederatie tot Wijzer in Geldzaken. Mijn collega's en ik laten geen kans ongemoeid om partijen erop te wijzen dat een bepaalde mate van financieel welzijn alleen kan worden bereikt als mensen er het belang van inzien dat ze op gezette tijden met hun financiën aan de slag gaan. En of ze dat nu zelf doen, een oom vragen die 'handig met cijfertjes’ is of aan hun financieel adviseur overlaten doet er niet zo toe; enige basiskennis of -notie van financiële zaken is essentieel om überhaupt te weten dat je er iets mee moet.