Nieuwsbrief - Inducement-wetgeving
Adfiz nieuwsbrief - nummer 5 - 1 april 2010
Adfiz helpt financieel dienstverleners met nieuwe inducement-wetgeving
De AFM besteedt de komende tijd extra aandacht aan de naleving van de regels die bovenmatige provisie moet voorkomen. Deze regels leiden in de praktijk nog tot veel vragen. In deze nieuwsbrief vat Adfiz de nieuwe regels nog eens samen. En nodigt u uit voor een van de regionale bijeenkomsten (De Ronde door het Land) in april waar uitgebreidere informatie over dit onderwerp zal worden gegeven.
Artikel 149a Bgfo
De kern van artikel 149a Bgfo wordt gevormd door de eis dat er tussen aanbieder en bemiddelaar geen beloningssysteem bestaat dat het voor de bemiddelaar aantrekkelijk maakt om juist die betreffende aanbieder te adviseren, indien dat niet in het belang van de klant is. Elke vorm van omzetbonussen is op grond van deze basisbedoeling verboden. Maar ook het verbod op bovenmatige beloning moet in dit licht worden bezien.
Artikel 149a Bgfo verbiedt bovenmatige provisie. Wat onder “bovenmatig” wordt verstaan wordt verderop in deze nieuwsbrief behandeld. Het verbod op sturing van het advies op grond van beloningsafspraken tussen aanbieder en bemiddelaar geldt voor provisie in het kader van advisering en bemiddeling van:
- Betalingsbeschermers
- Uitvaartverzekeringen
- Levensverzekeringen niet zijnde zuivere overlijdensrisicoverzekeringen
- Alle hypotheekvormen
- Fiscaal gefaciliteerde bankspaarproducten
-
Alle (overige) complexe financiële producten
Aanbieder én adviseur/ bemiddelaar
Het verbod op bovenmatige provisie richt zich zowel tot de aanbieder als tot de adviseur/bemiddelaar. De aanbieder mag geen bovenmatige provisie betalen. De bemiddelaar mag geen bovenmatige provisie ontvangen.
Verbod heeft geen betrekking op directe beloning
Het verbod heeft alleen betrekking op provisie. Een directe beloning van de klant aan de adviseur/bemiddelaar valt niet onder dit verbod. Klanten en financieel dienstverleners zijn dus bij een directe beloning volledig vrij in het zelf bepalen van de prijs (of: hoogte van de beloning) verbonden aan de financiële dienst. Wordt echter door de financieel dienstverlener zowel provisie als een directe beloning ontvangen dan moeten beiden bij elkaar worden opgeteld. Is het totaal van beide beloningen bovenmatig dan dient er een zodanige afslag op de provisie plaats te vinden dat de totale beloning niet langer bovenmatig is.
Zowel particulier als zakelijk
Het verbod van bovenmatige provisie richt zich zowel op financiële producten voor de particuliere consument als voor de zakelijke klant. Een provisie voor bijvoorbeeld een tweedepijler pensioen dient dus ook te worden getoetst aan de vraag of deze provisie wel of niet bovenmatig is.
Controle door AFM is gestart
Veel aanbieders van hypotheken en betalingsbeschermers hebben de afgelopen weken een brief van de AFM ontvangen. In deze brief stelt de AFM aan de aanbieders circa 30 gedetailleerde vragen. De vragen zijn erop gericht de AFM inzicht te verschaffen in de maatregelen die aanbieders exact hebben genomen om uitbetaling van bovenmatige provisie te voorkomen. Bij reguliere controles van adviseurs en bemiddelaars zal de AFM ook nader onderzoek (kunnen) doen naar de vraag of het kantoor bovenmatige provisies ontvangt.
Geen nominale maximale provisies
Doel van de wetgever is om excessieve provisie tegen te gaan. Nadrukkelijk is echter niet gekozen voor een systeem van maximale nominale provisie. Dit omdat de wetgever erkent dat er grote verschillen bestaan in de kwaliteit en inhoud van de dienstverlening zoals adviseurs en bemiddelaars die aan hun klanten kunnen verlenen. Bovendien bestaat de vrees dat in dat geval alle aanbieders en bemiddelaars dichtbij of op het wettelijk toegestane provisiemaximum zullen gaan zitten.
Kernvraag: wat is bovenmatig?
De kernvraag waar het natuurlijk om gaat is de vraag wanneer er nu sprake is van bovenmatige provisie. Voor het beantwoorden van deze vraag is het allereerst belangrijk om te beseffen dat het hier gaat om een marginale toetsing. Dat wil zeggen dat de AFM niet is geïnteresseerd of de provisie nu bijvoorbeeld € 100 of € 105 is.
Waar het wel om gaat is de vraag of in alle redelijkheid de beloning passend is gelet op de inspanning die de adviseur/ bemiddelaar voor het betreffende financiële product heeft verricht.
Welke elementen spelen een rol bij de toetsing of een provisie wel of niet bovenmatig is?
Bij de vraag of een bepaalde provisie wel of niet bovenmatig is, kunnen veel elementen een rol spelen. Wij noemen hier een aantal van de belangrijkste elementen:
Aard van de dienstverlening
Welke dienst levert de financieel dienstverlener precies? Indien er bijvoorbeeld bemiddeld wordt zonder advies (execution only) dan is de inspanning (veel) beperkter dan de adviseur die zowel adviseert als bemiddelt. De bemiddelaar die alleen bemiddelt zal dus eerder de grens bereiken waarbij er sprake is van bovenmatige provisie dan de collega die zowel adviseert als bemiddelt.
De adviseur die niet alleen adviseert en bemiddelt maar ook nog eens nazorg verleent, levert nog meer inspanning en zal dus nog meer kostenvergoeding mogen ontvangen voordat er sprake is van bovenmatige provisie.
Geïnvesteerde tijd
Soms kan een advies vrij snel worden gegeven. Maar het komt ook regelmatig voor dat zich bij een klant zeer complexe situaties voordoen die ertoe leiden dat de adviseur veel tijd moet investeren om tot een passend advies te komen. Hoe meer tijd een adviseur daadwerkelijk aan een klant besteedt hoe hoger de kostenvergoeding mag zijn zonder dat het gevaar bestaat dat deze provisie als bovenmatig wordt aangemerkt.
Kwalificaties personeel
Financieel dienstverleners kunnen er voor kiezen hoogwaardig opgeleide medewerkers in dienst te hebben. Denk bijvoorbeeld aan registermakelaars of RPA-adviseurs. Deze medewerkers zullen over het algemeen hoger beloond worden dan medewerkers met lagere opleidingen. Ook die extra kosten mogen gewoon worden betrokken in de vraag of er sprake is van wel of geen bovenmatige provisie.
Kantoorkosten
De wetgever schrijft niet een standaard kantooromgeving voor. Een kantoor dat is gesitueerd in een grachtenpand in Amsterdam zal zeer waarschijnlijk hogere huisvestingskosten hebben dan het kantoor op een bedrijventerrein. Ook dit verschil in kosten speelt een rol bij de beoordeling van de vraag of een bepaalde provisie nu wel of niet bovenmatig is.
Provisies zijn transparant
De producten waarop het verbod van bovenmatige provisie van toepassing is zijn ook de producten waarbij de provisies nominaal transparant zijn voor de klant. In de meeste gevallen zelfs twee keer namelijk zowel indicatief voorafgaand aan de start van het adviestraject als exact nominaal voorafgaand aan het moment waarop de klant besluit het financiële product af te sluiten.
Aanbieder en bemiddelaar moeten redelijkheid beloning kunnen aantonen
Bij een controle hoeft de AFM niet te bewijzen dat een bepaalde beloning bovenmatig is. De wetgever legt zowel de aanbieder als de bemiddelaar de verplichting op dat zij kunnen aantonen dat de beloning niet bovenmatig is. De bemiddelaar mag er hierbij niet zonder meer van uitgaan dat omdat de aanbieder de betreffende provisie heeft uitgekeerd er dus geen sprake is van bovenmatige provisie. Hoewel de aanbieder een eigen afweging dient te maken kan het zeer goed voorkomen dat de aanbieder niet op de hoogte is van bepaalde omstandigheden die bij de betreffende post spelen en die een “normale” provisie bovenmatig doen zijn. Een voorbeeld hiervan is de aanbieder die voor een hypotheek een bepaalde provisie verstrekt uitgaande van de gedachte dat de bemiddelaar adviseert, bemiddelt en nazorg verleent terwijl in een individuele situatie de bemiddelaar enkel bemiddelt. Dat laatste is voor de aanbieder niet zichtbaar.
Motivatie per post leidt tot hoge administratieve lasten en is gelukkig ook niet nodig
Een financieel dienstverlener kan per post een kostenadministratie gaan bijhouden om op elk moment van de dag te kunnen aantonen dat de ontvangen provisie niet bovenmatig is. Iedereen snapt dat dit leidt tot enorm hoge extra administratieve lasten. Gelukkig is dit niet nodig. De AFM beveelt in zijn leidraad het hebben van een beleid aan. Via dit beleid kunt u voor alle “standaardsituaties” een bandbreedte formuleren waarin provisies die binnen deze bandbreedte als redelijk worden gekwalificeerd. In dat geval hoeft u alleen een individuele toets uit te voeren voor die posten die buiten deze bandbreedte vallen. Waarbij het dus zeker niet zo is dat de provisies die buiten deze bandbreedte vallen per definitie bovenmatig zijn. Maar u moet dan wel deze hogere beloning kunnen motiveren.
Adfiz komt naar u toe
Adfiz komt in de komende maand naar u toe. Op 6 plaatsen in Nederland houdt Adfiz informatiebijeenkomsten (De Ronde door het Land). Natuurlijk praten wij u bij over de laatste ontwikkelingen rondom de door Adfiz met kracht van de hand gewezen voorstellen van het Verbond van Verzekeraars rondom het CAR-model. Bezoek in dit verband ook onze speciale website www.stopcar.nu. Tijdens deze bijeenkomsten gaan wij ook uitgebreider in op een aantal zaken rondom beloning en het verbod op bovenmatige provisie.
In uw regio vindt deze bijeenkomst ook plaats
Gelet op het belang van de onderwerpen die tijdens deze bijeenkomsten aan de orde komen stellen wij deze bijeenkomsten ook open voor financieel dienstverleners die (nog) geen lid zijn van Adfiz. Schrijft u zich echter snel via www.adfiz-bijeenkomsten.nl in want de belangstelling is groot en het aantal beschikbare plaatsen beperkt.
|
De AFM geeft aan dat het verstandig is om uw beleid ten aanzien van de inducementregel vast te leggen in een procedure. Nadrukkelijk geeft de AFM aan dat dit geen verplichting voor u is. Om aan de AFM aan te kunnen tonen dat u wel een beleid voert ten aanzien van het voldoen aan de inducementregels, stelt FIDIN het volgende voor:
|



