Twitter RSS LinkedIN
Actueel

 

Adfiz persberichten> Alle berichten

Aanbieders gebruiken richtlijnen AFM op oneigenlijke wijze

23-05-2011  Tags: Relatie aanbieders, Beloning> Print

AFM kan toezichttaak niet opleggen aan aanbieders

Jubilee veroorzaakte vorige week ophef met haar voornemen provisie op (lopende) betalingsbeschermers af te toppen en op lopende overeenkomsten per 1 januari 2013 deze provisie stop te zetten. Jubilee geeft aan dit te zijn overeengekomen met de AFM. Adfiz maakt zich ernstig zorgen over de ontwikkeling dat aanbieders zeggen in opdracht van de AFM te handelen als argument voor bepaalde handelwijze die ertoe leidt dat de aanbieder zijn eigen positie verbetert ten koste van het intermediair. In het geval van Jubilee leidt dit ertoe dat Jubilee haar financiële problemen onterecht afwentelt op de adviseur.

Het is een ernstig probleem dat er door richtlijnen van de AFM zoveel onduidelijkheid ontstaat over waar verantwoordelijkheden liggen, bijvoorbeeld als het om passende beloning gaat. In de inducementregels is duidelijk een gescheiden verantwoordelijkheid geformuleerd voor de passendheid van provisiebeloning bij complexe producten. De aanbieder heeft de plicht duidelijk te maken welke prestatie van het intermediair wordt verwacht en hiervoor een passende beloning vast te stellen. De bemiddelaar mag geen beloning accepteren die niet in passende relatie staat tot de werkzaamheden die hij daarvoor verricht. Het is  de verantwoordelijkheid van de toezichthouder om op het juist handelen van zowel de aanbieder als de bemiddelaar toe te zien. Nergens in de wet wordt aan de AFM de bevoegdheid gegeven haar toezichthoudende taken op te leggen aan partijen die onder toezicht staan. Toch lijkt het er sterk op dat dit precies het effect is van de brief die de AFM in maart over passende provisie bij betalingsbeschermers aan aanbieders heeft gestuurd. Aanbieders eigenen zich op grond van deze brief vergaande controlebevoegdheden toe. Adfiz acht dit onjuist en onacceptabel.

Adfiz vindt het bovendien laakbaar dat aanbieders hiervan gebruik maken om afspraken met het intermediair eenzijdig open te breken en ze in het nadeel van de bemiddelaar aan te passen. Op die manier worden financiële problemen van de aanbieder (in het geval van Jubilee een tegenvallend schadeverloop) afgewenteld op de bemiddelaar. Adfiz begrijpt dat Jubilee het commercieel minder aantrekkelijk vindt haar klanten te confronteren met een premieverhoging in verband met een verkeerde kostprijscalculatie. Dit kan echter niet rechtvaardigen dat de aanbieder deze tegenvaller op het intermediair verhaalt.

Met Jubilee heeft Adfiz intussen telefonisch contact gehad. Daarbij heeft Jubilee mondeling toegezegd de deadline waarbinnen gereageerd moet worden om bestaande provisierechten te behouden te verlengen tot 30 juni 2011. Ondertussen gaat Adfiz  in gesprek met Jubilee over wat haar verantwoordelijkheid en een juiste wijze van handelen is ten aanzien van het vaststellen en verstrekken van een passende beloning. De opvattingen van de AFM hierover kunnen als richtsnoer dienen. Het is uiteindelijk de verantwoordelijkheid van de aanbieder zelf om te bepalen wat hij als passende beloning beschouwt voor te verrichten werkzaamheden. De aanbieder heeft niet de plicht en ook niet de bevoegdheid te controleren of de bemiddelaar deze activiteiten daadwerkelijk uitvoert. De aanbieder moet wel zijn keuze voor de hoogte van de beloning en zijn communicatie daarover aan de bemiddelaar tegenover de AFM kunnen verantwoorden. En die aanbieder kan als geen ander de activiteiten die zij zelf van de bemiddelaar verwacht op waarde schatten. Dan mag het toch geen probleem zijn om dit te verantwoorden aan de toezichthouder, die per definitie op relatieve afstand van deze dagelijkse praktijk staat.